Maand: oktober 2015

Taalontwikkeling Deel 2: Opdrachten geven en afspraken maken

Opdrachten geven aan je kind
Vaak is het geven van een opdracht aan je kind eenrichtingsverkeer. Jij als ouder vertelt wat het kind moet doen en verwacht vervolgens dat je kind het uitvoert. Sommige kinderen horen niet goed wat je hebt gezegd, snappen de opdracht niet, of kunnen alle onderdelen van de opdracht niet onthouden.

Praten met je kind (1)

Tips:
Zorg dat je de aandacht hebt van je kind.
Geef opdrachten die passen bij de leeftijd van je kind.
Laat je kind de opdracht herhalen.
Help je kind op gang.
Geef kaders aan je opdracht (wanneer moet het gebeuren en hoe).
Wanneer je kind vaak ongehoorzaam is, zorg er dan voor dat de consequentie voor ongehoorzaam zijn logisch is, je deze consequentie benoemt en je kind nog de kans geeft te gehoorzamen voordat je de consequentie uitvoert.
Als je een reden geeft waarom iets moet, zorg dat deze reden eerlijk is.

De laatste tip is voor ouders die soms een reden geven die niet eerlijk is.

Zoals: ‘Je moet voor 19.00 uur binnen zijn, want daarna komen de kinderlokkers.’ Of: ‘Je moet wel groenten eten anders vallen je tanden uit.’

Vaak zijn dit redenen die niet alleen onwaar zijn, maar ook nog bedoeld zijn om het kind bang te maken. Dreigen met de straf van Sinterklaas, van God of van de juffrouw op school zijn hier variaties op. Je kind gaat op deze manier gehoorzamen uit angst en niet uit het respect voor jou of voor de regel die je stelt. Daarbij schuif je de verantwoordelijkheid af naar een ander persoon. Zodra je kind erachter komt dat er buiten helemaal geen kinderlokkers lopen na 19.00 uur, daalt je geloofwaardigheid. Je kind trekt vervolgens jouw woorden vaker in twijfel. Daarbij werkt dreigen met angst of het geven van oneerlijke redenen vaak in de hand dat je kind dingen stiekem gaat doen. Ze hebben geen respect voor de regel gekregen, alleen angst voor de consequentie. Het vertrouwen in jou als ouder en je geloofwaardigheid daalt, daarbij wordt het kind sneller opstandig of gaat liegen.

Afspraken maken
Afspraken over klusjes in huis, over gedragsregels of beslissingen in het gezin. Over sommige afspraken heb je liever geen discussie. Dan noemen we het een opdracht. Maar er zijn ook afspraken waarbij de inbreng van het kind wel mogelijk is. Het voordeel van het betrekken van een kind bij het maken van afspraken, is dat je kind meer respect zal hebben voor de afspraken en ze beter na zal komen. Vooral bij pubers werkt dit goed. Er is minder aanleiding tot strijd over een afspraak. Ook als ze zelf inspraak hebben over de straf of beloning, zullen zij minder protesteren wanneer zij straf krijgen voor het niet nakomen van een afspraak.

Bedenk van te voren goed welke kaders je wilt stellen over afspraken, waar is geen discussie over mogelijk en welke keuzemogelijkheden ga je jouw kind geven.

Voorbeeld: Je kader is dat er klusjes gedaan moeten worden in het huis en wilt dat je kind iedere dag meehelpt. Hier kan geen discussie over plaatsvinden. Je geeft je kind vervolgens wel een keuze. Je vertelt hem(of laat hem nadenken over) alle taken die gedaan moeten worden en laat je kind er één per dag kiezen. Samen schrijven jullie deze taken op een weekplanner. Bedenk eventueel samen met je kind een redelijke straf wanneer hij zijn afspraken niet nakomt. Zorg dat je een straf bedenkt waar jullie het allebei mee eens zijn. Als er een straf is, kan er ook een beloning zijn. Deze hoeft niet groot te zijn en kan na een tijdje verdwijnen als de klusjes routine zijn geworden. Geef je kind kaders voor de beloning en laat hem zelf iets kiezen.

Het is hierbij heel belangrijk dat je de afspraken die je maakt helder houdt. Je kan ze bijvoorbeeld op papier zetten. Voor kleinere kinderen kan je gebruik maken van pictogrammen en stickers. Nog belangrijker is het dat ook jij als ouder je aan je afspraken houdt. Je mag hier heel zakelijk over zijn. Laat je niet verleiden tot een discussie. Afspraak is afspraak . Als je de afspraken op papier hebt gezet, kan je hier ook naar verwijzen.

Tips:
Bedenk de kaders van de afspraak die je met je kind wilt maken.
Bedenk welke keuze mogelijkheden je aan je kind wilt geven.
Bedenk welke eigen inbreng je kind mag hebben.
Zorg dat de afspraken helder en inzichtelijk zijn.
Zorg dat ook de consequenties afgesproken zijn. Deze consequenties moeten logisch zijn.
Blijf bij wat je hebt afgesproken.

Halloween spookjes om uit te delen

In de wijk waar ik woon wordt vandaag voor het derde jaar een Halloweentocht gehouden voor de kinderen. De kinderen trekken verkleed door de wijk en overal waar een kaarsje bij de deur staat, mogen ze aanbellen voor snoep. Wij zijn meestal de enige die ook het huis versieren. Ik vind Halloween een leuke feestdag, ik weet het, het is commercieel en helemaal niet Nederlands, maar toch vind ik het leuk. Het is een beetje spannend en je mag je verkleden, wat wil je nog meer.

Halloween Spookjes Uitdelen

Dit jaar maakte ik spookjes om uit te delen. Het zijn lolly’s met een stukje witte stof eromheen gebonden. Ook maakte ik een mummiepot. Dat deed ik met schilderstape en wiebeloogjes.

Wist je dat:
Halloween is voortgekomen uit het Keltische Samhain? De Kelten vierden het einde van het jaar rond 31 oktober, wanneer de oogst binnen gehaald was en de winter voor de deur stond. Zij geloofden dat de deur naar de onderwereld die dag een stukje open stond. Geesten van familieleden werden uitgenodigd aan een groot feestmaal om de doden te eren. Echter konden er op deze dag ook minder gewenste bezoekers uit de onderwereld ontsnappen. Om zich te weren tegen deze ongenode gasten, verkleedden de mensen zich.

Toen in de negende eeuw de Christenen naar Ierland en Groot-Brittannië kwamen, vermengde het Christendom zich met de Keltische gebruiken. De Christenen vierden rond dezelfde periode Allerheiligen en Allerzielen, twee dagen waarop de overleden heiligen en de overleden zielen werden geëerd.

Bron

Taalontwikkeling Deel 1: Leren praten

Leren praten
Kinderen leren praten vanaf het moment dat zij geboren zijn. Overal om hen heen horen ze geluiden, klanken en woorden. De eerste stap in het leren praten is het onderscheiden van al deze geluiden. Zelfs nog voor ze geboren zijn, leren ze het geluid van hun ouders te herkennen. Pas wanneer ze een aantal maanden oud zijn, gaan ze de woorden ook aan voorwerpen, personen of handelingen koppelen. Het is daarom goed om vanaf het begin al veel tegen je kind te praten. Door voorwerpen, personen en handelingen te benoemen, raakt de baby vertrouwd met de klank. Volgens onderzoek moet een persoon een woord 7 keer gehoord en beleefd hebben voordat dit woord goed in het brein zit opgeslagen. 

Praten met je kind

Kinderen hebben van nature de neiging om alles in hun omgeving te gaan benoemen. Zij ontwikkelen daardoor al snel hun eigen taal. Ze willen graag taal produceren, ook al klopt deze niet met de taalafspraken die wij met elkaar hebben. Als ouders het kind blijven stimuleren om te praten en daarnaast ook de juiste bewoordingen aan hun kind leren, verdwijnt de eigen taal vanzelf.

Je hoort soms volwassenen in een hoge toon en met een zangerige stem tegen hun kind praten. Dit is voor veel volwassenen een natuurlijk reflex. Baby’s zijn namelijk beter in het opvangen en het onderscheiden van nuances in hoge tonen dan in lage tonen. Let er wel op dat de taal die je spreekt wel correct is, zodat je kind taal op de juiste manier aanleert.

Voorbeeld: ‘Ga jij maar lekker slapen.’ In plaats van: ‘Doe jij maar lekker slapen.’

Wanneer een kind zelf woorden gaat spreken, daag je kind dan uit om nieuwe woorden te leren spreken.

Voorbeeld: ‘Welke knuffel wil je?’ vraagt de moeder. Het kind wijst haar teddybeer aan. De moeder geeft de teddybeer.

In dit voorbeeld leert het kind niet welk woord er bij de beer hoort. Als je denkt dat het kind dit woord nog niet kent kan je zeggen. ‘Jij wilt je teddybeer.’ En dan de beer geven. Als je kind al een beetje kan praten vraag je het woord te herhalen. ‘Oh jij wilt je teddybeer, zeg maar: ‘teddybeer’.’ Geef dan de beer ook als het kind het woord niet helemaal goed uitspreekt. 

Als je weet dat je kind het woord al kent kan je ook het woord vragen zonder het voor te zeggen. ‘Wil je deze knuffel? Hoe heet hij?’

Tips:
Praat zoveel mogelijk tegen je kind, vertel wat je doet en benoem voorwerpen en personen.
Praat rustig met een duidelijke intonatie.

Maak gebruik van gebaren en gezichtsuitdrukkingen.
Vraag je kind de woorden die hij kent of zeg ze voor.

Gebruik maken van gebaren en gezichtsuitdrukkingen helpt een kind emoties te leren kennen, de context van een zin te begrijpen en onbekende woorden in die context te plaatsen. Denk maar eens aan een gesprek met iemand die een andere taal spreekt. Vaak kan je door de gezichtsuitdrukkingen en gebaren al heel veel opmaken.

Liselotte ging met haar zoon naar een kindercoach

Liselotte vertelde mij over het besluit om met hun zoon naar een kindercoach te gaan. Ik vroeg haar of ze hierover een aantal vragen wilde beantwoorden.

Liselotte en zoonLiselotte: Ik ben getrouwd en heb twee zonen (9 en 10). Ons gezin is zowel financieel als sociaal stabiel en kent geen echte crisissen. Onze jongens gaan twee keer per week naar de BSO, hebben veel vriendjes en presteren boven gemiddeld op school. Geen aanleidingen voor opvoedkundige problemen zou je op het eerste gezicht zeggen. Echter ieder mens is uniek en ook kinderen met dezelfde basis zijn verschillend.

Wanneer en hoe merkte je voor het eerst dat je zoon bepaalde angsten had?
Mijn zoon is altijd angstig geweest. Als peuter had hij al moeite met verandering in omgeving of in routines. De doordeweekse dagen verliepen meestal zonder problemen, dan was zijn dag redelijk strak ingedeeld. Maar zodra de dag anders verliep, zoals in het weekend, of wanneer we uitstapjes wilde maken, dan moest dat tot in detail worden uitgelegd. Ook wilde hij steeds bij me zijn, zelfs als ik naar het toilet ging of wasgoed ging ophangen op zolder. Zodra ik (of een andere volwassene) uit zijn gezichtsveld was, raakte hij in paniek. Ook een oppas inschakelen ging moeizaam. Als mijn man en ik waren uitgenodigd voor een feestje dan ging daar een drama aan vooraf, ondanks uitgebreide uitleg waar we waren, bij wie, hoe laat we thuis zouden komen en welke oppas, dan nog was het grote paniek zodra we de deur uit gingen. Soms ging het echt niet en moest mijn man of ik thuis blijven of werden we halverwege de avond gebeld door de oppas. Uit logeren ging en gaat overigens wél goed.

Om wat voor angsten gaat het precies?
Verlatingsangst, lichte vorm van smetvrees en angst om controle te verliezen (bang voor het onbekende).

Wat heb je er zelf aan proberen te doen?
Natuurlijk wil je dat je kind opgroeit tot een evenwichtig persoon met een stevige basis en dat hij vol vertrouwen in de wereld staat. Toen mijn zoon nog klein was dachten we dat de angsten hoorden bij de ontwikkelingsfase; de eenkennigheidsfase, moeite om realiteit en fantasie te scheiden etc. De angstige periodes wisselden zich af met ‘goede’ periodes. Dat maakte het lastig om te bepalen of mijn zoon in een ‘nieuwe’ fase was beland, over zijn angst heen was of dat de angsten toch meer van structurele aard waren.
Uiteraard hebben we van alles geprobeerd; daags van te voren het kind voorbereiden op nieuwe situatie of afscheid, duidelijke uitleg, kiekeboe spelletjes (peuterleeftijd), oefeningen in tijdsbesef, bevorderen van eigen kracht door zelfstandig klusjes te laten doen en verschillende oppassen. Ook juist het tegenovergestelde hebben we geprobeerd: kort voorbereiden, kort afscheidsmoment, streng toespreken. Alle pogingen hadden wisselend succes. Een eenduidige oplossing was er eigenlijk niet.

Hoe ging jouw omgeving er mee om?
Onze omgeving reageerde wisselend. De meeste mensen vonden het vervelend voor ons, kwamen met goedbedoelde adviezen of vonden dat we niet streng genoeg waren. Sommige deden het gedrag van onze zoon af als ‘aanstelleritis’ of ‘aandachttrekkerij’.

Heb je je ooit niet serieus genomen gevoeld
Natuurlijk voel je je wel eens niet serieus genomen. En soms twijfel je ook of je het zelf bij het rechte eind hebt. Maar als je ziet hoe je kind reageert in bepaalde situaties, weet je dat het zich absoluut niet aanstelt. Zijn emoties zijn echt en het is moeilijk om die te ontkrachten of in verhouding te brengen naar de situatie.

Merken de leerkrachten op school iets aan je zoon?
De leerkrachten merken niet direct iets van de angsten. Als de dag in een vast patroon verloopt, is er weinig aan de hand. Wel krijgen we in de 10 minuten gesprekjes vaak te horen dat onze zoon een ‘bijzonder’ kind is. Niet echt anders dan de andere kinderen, maar wel in de manier van vragen stellen en zijn denkwijze.

Zou je willen dat je dingen anders had gedaan?
Dat is een moeilijke vraag. Je blijft zelf ook een mens met eigen emoties. Het enige wat ik kan verzinnen is dat ik op de momenten dat ik minder geduldig was toch wat meer geduld had kunnen opbrengen.

naar de kindercoach

Welke impact hebben de angsten en het bijbehorende gedrag van je zoon op de rest van je gezin?
Gelukkig gaat het nu hij ouder is en een coaching traject heeft doorlopen beter. Maar voorheen was de impact enorm. We waren altijd aan het bedenken hoe onze zoon op bepaalde situaties zou reageren en hoe we dit het hoofd moesten bieden. Daarnaast hadden we altijd het gevoel dat we constant verantwoording af moesten leggen. Onze andere zoon leed hier ook onder; hij werd steeds gecontroleerd en gecommandeerd door de oudste. Daarnaast had onze zoon zelf steeds meer last van zijn eigen onvermogen. Dit uitte zich in woede, verdriet, brutaal gedrag en neerslachtigheid.
Toen onze zoon negen was hebben we besloten dat we echt op zoek moesten naar externe hulp. Het kon zo niet langer. We zijn met hem in gesprek gegaan. We hebben aangegeven dat wij als ouders niet alle wijsheid in pacht hebben. En dat ook wij soms hulp nodig hebben. Ook hebben we aangegeven dat er veel verschillende coaches zijn en dat er meer kinderen naar een kindercoach gaan. Het belangrijkste vonden wij dat de coach aansloot bij ons kind. Ik heb referenties gevraagd bij andere ouders en zo zijn we bij twee coaches op oriënterend gesprek geweest. Onze zoon mocht thuis aangeven of hij nog een keer terug wilde komen bij de betreffende coach. Bij de eerste was hij redelijk stellig, dit was niet helemaal zijn ‘mevrouw’. Bij de tweede coach waren we de deur nog niet uit, of hij riep al dat dít de coach was waar hij naartoe wilde.

Wat heeft het traject met de kindercoach je zoon, jou en je gezin opgeleverd?
We hebben de ‘rots en water’ training met onze zoon gevolgd. Deze training is in eerste instantie niet direct gericht op angsten. De training is bedoeld om een kind zelfbewuster en zelfverzekerder te maken. Omgaan met situaties en grenzen aangeven zijn belangrijke aspecten in de training. Onze zoon heeft geleerd beter om te gaan met zijn emoties en de training heeft ons geleerd om op een andere manier naar situaties te kijken.

Hoe is de situatie nu?
De training is ruim een half jaar geleden afgerond en we merken dat een ‘opfrismoment’ wel goed zou zijn. Toch is er veel veranderd. Onze zoon is veel beter in staat aan te geven wat hij eng vindt en waarom. Hij durft nu alleen naar school te gaan en alleen op de fiets naar de voetbaltraining. Een oppas is geen groot probleem meer en hij gaat zelfstandig bij vriendjes spelen of buitenspelen. Ook op vakantie onderneemt hij meer zelfstandig, al vindt hij het wel fijn als zijn broertje meegaat. Soms heeft hij nog een terugval, maar zo extreem als een jaar geleden is het gelukkig nooit.

Heb je nog tips voor andere ouders?
Neem je kind serieus! Je weet zelf het beste of het zich aanstelt of dat het gaat om werkelijke emoties. Als je een keer je geduld verliest, is dat niet erg, als je daarna je kind maar uitlegt waarom je boos werd en dat het niet de bedoeling was. Leer daar zelf ook van en reageer de volgende keer wel geduldig. Zoek op tijd hulp als je er niet (meer) uitkomt en betrek je kind bij het zoeken naar hulp; uiteindelijk moet het kind geholpen wíllen worden en dat gaat beter als het zelf achter de coach en de training staat.

Zou jij het ook leuk vinden om jouw verhaal te vertellen op met de Paplepel? Neem dan gerust contact op. 

Een heerlijke werkdag

Woensdagochtend. Ik warm mijn handen aan een kop thee. De ochtenden zijn koud en de herfst lijkt nu toch echt te zijn aangebroken. Eén voor één druppelen de moeders binnen en schuiven aan. De kinderen zijn naar school gebracht, het is tijd voor een kopje thee of koffie en een goed gesprek in de ouderkamer. Mijn stagiaire leidt het gesprek. We hebben het over regels rondom het gebruik van computers, televisie en andere media in het huis. De ene moeder vertelt enthousiast dat ze haar kinderen bijna nooit achter de tv uit hoeft te plukken, ze spelen liever buiten. En als het regent zijn ze gelukkiger met een kaartspel dan met een tablet. Een andere moeder geeft toe dat het iedere keer strijd is wanneer haar zoontje computerspelletjes wilt spelen en dat ze zich ook een beetje zorgen maakt om de soort spelletjes die hij wil spelen. Ik ben blij met haar oprechtheid en dat ze na het verhaal van de andere moeder toch durft toe te geven dat het in haar huis niet altijd zo makkelijk gaat. De andere ouders reageren behulpzaam en geven haar tips. Daarna worden er enthousiast plannen gemaakt voor de volgende ouderkamer. Wat is mijn werk toch fijn als ouders zelf zo betrokken zijn.

Kopje thee

Na de ouderkamer zoeken mijn stagiaire en ik een plekje achter een computer. Er moeten mailtjes beantwoord worden en aan het projectplan voor een nieuwe activiteit gewerkt worden. Ik bel een ouder op voor een afspraak voor een huisbezoek. Ze reageert al met een vrolijk “Hoi Margriet,” nog voor ik mijn naam heb gezegd. De dag ervoor zat ze samen met haar man bij het zorgteam van de basisschool. Ik vind het altijd een beetje intimiderend voor ouders om aan te schuiven bij het zorgteam, met de intern begeleider, de leerkracht, het school-maatschappelijk-werk, de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau en dan ook nog mijn stagiaire en ik aan tafel. Ze waren blij mij te zien. En ik was blij te horen dat ze nog steeds mijn tips van twee jaar terug toepasten. Ik heb er zin in om weer bij dit gezin aan de slag te gaan.

’s Middag’s neem ik mijzelf voor om echt op mijn handen te gaan zitten. Ondanks dat mijn stagiaire die ochtend het gesprek in de ouderkamer zou leiden, kon ik het niet laten om me er in te mengen. Tijdens de kinderactiviteit ga ik op een stoel in de hoek van de ruimte zitten met een bloknote en een pen om de stagiaire te kunnen observeren. Het is een druk groepje met een stel heerlijke kinderen. Genietend kijk ik naar twee jongetjes die helemaal niets van de uitleg volgen, maar in plaats daarvan met hun hoofd in de spelletjeskast besluiten dat ze zelf wel kunnen kiezen wat ze willen doen, terwijl een ander meisje bijna op haar tenen gaat staan om niets te hoeven missen van de uitleg.

Op de gang zit een meisje van de bovenbouw te wachten tot we klaar zijn met opruimen. Zij volgt sinds kort bij mij een individueel traject. Samen maken we een plan voor het komende schooljaar en beschrijven aan welke dingen ze wil gaan werken. Ik stel vragen en zij antwoord met: “Nee, dat vind ik eigenlijk niet.” Heerlijk hoe ze haar mening durft te geven.

Voldaan rijd ik ’s middags weer naar huis. Wat heb ik toch een fijn beroep.

1 2