Maand: november 2015

Poppenhuis

Een poppenhuis maak je gemakkelijk zelf. Kies een plank of een vak in een kast waar je kind gemakkelijk bij kan, en tover de plank om tot een poppenhuis.

Poppenhuis knutselen (7)Benodigdheden:
Karton
Schaar
Stanleymesje
Decoratief karton / papier
Tijdschrift
Breed plakband

Meet de plank op en snij het karton op maat voor een achterwand en twee zijwanden.

Poppenhuis knutselen (2)Beplak het karton met decoratief karton of papier

Poppenhuis knutselen (3)

Decoreer je wanden met knipsels uit tijdschriften. Let hierbij op de grootte van de poppen waar je huis voor bedoeld is.

Poppenhuis knutselen (4)

Leg de wanden op elkaar en bevestig de delen met dik plakband aan elkaar.

Poppenhuis knutselen (6)

Maak eventueel meubels van kartonnen doosjes. Je huisje is nu klaar om in te richten.

Poppenhuis knutselen (9)

Hoera, ik mag blijven.

Ik haalde nog een keer diep adem en stapte met knikkende knieën de teamkamer binnen. Mijn hoofd gloeide en ik voelde mijn maag zich tegen mijn hart drukken.
“Zullen we dan maar?” vroeg mijn manager.
“Ja graag,” antwoordde ik.
Met trillende handen trok ik de stoel naar achteren in de spreekkamer en nam plaats. Ik keek mijn manager aan en hield mijn adem in.
“Ik zal maar meteen vertellen wat je wilt weten. Je kunt een vast contract krijgen voor vierentwintig uur.”
Mijn ingehouden adem ontsnapte over mijn lippen en mijn maag zakte terug op de juiste plaats. Helaas een dag minder dan ik nu werk, maar niet minder dan mijn minimum, daar had hij zijn best voor gedaan. Ik was hem heel dankbaar.

Roze Rozen

Na zes jaar ieder jaar de angst mijn baan te verliezen, was dit een enorme opluchting. Ik kon het nog niet helemaal bevatten en bleef de hele dag gespannen en emotioneel. Dat duurde nog tot na het weekend. Ik ben dol op mijn baan. Het geeft niet als je soms iets niet weet en hulp vraagt van een collega, dan staan er meteen drie klaar om je verder te helpen. Dat was precies wat ik nodig had nadat ik in het onderwijs een tijd op mijn tenen moest lopen. Door mijn collega’s en de werksfeer kon ik gaan groeien en ontwikkelen.

Het tweede jaar was het zwaarste, al rond mei begon ik zenuwachtig te worden over mijn contract. Er was gezegd dat de kans klein was dat ik kon blijven en dat ik beter ander werk kon gaan zoeken. Maar niets leek leuk genoeg. Halverwege een sollicitatieprocedure bij een kinderdagverblijf en twee weken voor het eind van mijn contract hoorde ik dat ik toch nog een jaar kon blijven.

Het derde jaar wist ik dat er geen vast contract in zou zitten. En ik was boos. Want had ik dan niet hard genoeg gewerkt? Was ik dan niet goed genoeg? Maar daar lag het niet aan. Het lag alleen maar aan de financiële situatie van de organisatie, waardoor vaste contracten niet mogelijk waren. Drie maanden zat ik thuis en al snel had ik besloten dat ik terug wilde naar deze baan, want daar was ik toch echt het gelukkigste.

Nu, na nog een keer drie jaar bij mijn werkgever, mag ik eindelijk echt blijven. Samen met twee andere collega’s die precies hetzelfde traject hebben gehad als ik. En ik geniet daardoor alleen nog maar meer van mijn werk.

Sinterklaasstress

Sinterklaastijd, niet mijn favoriete tijd van het jaar. Jammer want het kan heel leuk zijn. Maar als je met groepen kinderen werkt herken je het misschien; 4 weken lang gespannen kinderen die bij ieder zuchtje beginnen te huilen of driftig worden. De sinterklaastijd is voor sommige kinderen een tijd van grote chaos en paniek. Want Sinterklaas en zijn Pieten zijn overal; op school is plotseling de klas overhoop gehaald door een stoute Piet, sommige scholen hebben zelfs een slaapkamer gemaakt waar Sint of Piet kan slapen, thuis zit er soms een cadeautje in de schoen, op het werk van papa komt Sinterklaas, hij komt ook op school, bij de zwemles en in het buurtcentrum en op iedere hoek van de straat kan een Piet zitten. Dit geeft sommige kinderen erg veel onrust en een onveilig gevoel.

schoentje zetten (1)

Heb jij zo’n kind die rond deze tijd van het jaar onrustig wordt, of hangerig, of om het minste gaat huilen? Dan heb je misschien iets aan de volgende tips:

Tips:
– Zorg dat thuis een veilige en rustige plek blijft. Dat houdt in dat Piet niet in huis komt om dingen om te gooien of te verplaatsen. Maar ook dat je je kind niet het gevoel geeft dat Piet en Sint constant op hem letten.
– Dreig niet met straf van Sint en Piet.
– Maak het voor het kind duidelijk op welke dagen hij zijn schoentje mag zetten. Twee keer per week is meer dan genoeg. Je kan hem zelfs erop voorbereiden dat er op woensdag bijvoorbeeld altijd alleen snoepgoed in zal zitten en op zaterdag een klein cadeautje. Als dit een verandering is, kan je Piet een briefje in de schoen laten doen waarop hij uitlegt dat hij vanaf nu nog maar twee keer per week zal komen.
– Ook het aantal cadeautjes op Sinterklaas avond kan je van te voren afspreken en aan je kind vertellen. Zorg er dan voor dat grootouders zich ook aan de afspraken houden.
– Ga maar naar één feest waarbij Sinterklaas op bezoek komt. Komt hij al op school, ga dan liever niet ook nog naar het feest op het werk en op de sportclub.
– Verminder prikkels, zoals Sinterklaasshows op tv of in het centrum.
– Ruim na Sinterklaasavond nog niet alle decoratie, sinterklaaspoppetjes of verkleedskleren op. Door je kind nog een paar dagen de tijd te geven om met deze dingen te spelen, verwerkt hij de gebeurtenissen van de weken daarvoor.

Hoe ervaart jouw kind deze tijd? Of heb je zelf nog tips? Laat dan gerust een reactie achter.

Stamppot met appels

Mijn moeder maakte vroeger een heerlijke stamppot met appels die ze “kindertjespot” noemde. De zoete en hartige smaak is perfect voor de herfst.

Appels (1)

Grootmoeder’s recept voor kindertjespot (stamppot met appels)

Ingrediënten:
(voor 3-4 personen)
4 grote Jonagold appels
2 grote uien
1 teentje knoflook
1 kg bloemige aardappelen
400 gram gehakt
1 theelepel zwarte peper
zout
1 theelepel nootmuskaat
1 theelepel kruidnagel (gemalen)
1 eetlepel ketjap
melk
boter
paneermeel

Benodigdheden:
grote pan
koekenpan
schilmesje
ovenschaal
aardappelstamper
rasp
knoflookpers

Bereiding:
Schil de aardappelen.
Kook de aardappelen met zout voor 15 minuten.
Schil de appels, verwijder het klokhuis en rasp de appels.
Schil de uien en snij ze fijn.
Bak het gehakt rul in een koekenpan.
Bak de uien mee.
Verwarm de oven voor op 150 graden Celsius.
Pel de knoflook. Voeg de geperste knoflook, de zwarte peper, het zout, de nootmuskaat, de kruidnagel en de ketjap bij het gehakt. Doe een deksel op de pan en laat dit even pruttelen.
Vet de ovenschaal in.
Giet de aardappels af en stamp ze met een beetje boter en melk.
Bedenk de boden van de ovenschaal met de helft van de aardappelpuree.
Verdeel de geraspte appel er overheen.
Daarna het gehaktmengsel.
Dan de rest van de aardappelpuree.
Bestrooi de bovenkant met paneermeel en leg er een paar klontjes boter op.
Zet de ovenschaal in de oven tot de bovenkant mooi bruin is.

Wel of niet naar de voorschool?

Vorige week zond Brandpunt een pittige rapportage uit over de voorschool. Zij gaven aan dat de voorschool absoluut 0% effect had op kinderen en dat we daar in Nederland beter mee konden stoppen.

Voorschool

Jammer dat ze pas tegen het einde van het item hun woorden nuanceerden en zeiden dat we er beter ‘op deze manier’ mee kunnen stoppen. En dat het wel degelijk nut heeft om een kind tussen de twee en de vier jaar gestructureerd voor te bereiden op het basisonderwijs, maar dat het beter zou zijn wanneer er geen segregatie binnen de opvang zou bestaan.

De boodschap dat het absoluut waarde heeft om tussen de twee en vier jaar je kind naar een voorziening te brengen ging een beetje verloren. Het leek erop alsof je je kind beter thuis kon houden.

Persoonlijk ben ik een groot voorstander van voorschoolse voorzieningen. En in mijn ervaring heeft het absoluut effect wanneer het in vergelijking staat met het kind thuishouden. In de wijk waar ik werk wonen veel gezinnen met een anderstalige afkomst. Thuis wordt er nauwelijks Nederlands gesproken. Kinderen met anderstalige ouders die eerst naar het peuterspeelzaal zijn gegaan voordat ze naar de kleuterklas gaan, hebben duidelijk een grotere woordenschat dan de kinderen die thuis zijn gebleven in de eerste vier jaar.

De programma’s die hiervoor ontwikkeld zijn, bieden de leidster een houvast en zijn goed onderbouwt en gebalanceerd. Ze bevatten allerlei thema’s en activiteiten rondom de taal- en rekenontwikkeling van het jonge kind.

Daarnaast raken de kinderen gewend aan de structuur die ook van hen gevraagd wordt in de kleuterklas zoals: taakgericht werken, kringgesprekken, liedjes zingen en opruimen. Mijn eigen ouders stuurden mij naar de peuterspeelzaal voor mijn sociale vaardigheden. Het leeftijdsverschil met mijn oudere zussen is erg groot. Mijn moeder kon mij prima de taalvaardigheden en rekenvaardigheden bijbrengen die van me verwacht werden wanneer ik vier werd, maar sociale vaardigheden oefen je toch het beste in een groep.

1 2