Maand: november 2015

Taalontwikkeling Deel 3: Gesprekken voeren met je kind

Gesprekken voeren
Gesprekken voeren met je kind, aan de eetkamertafel bijvoorbeeld. Als je kind net van school komt of als jullie samen zitten te eten. Meestal hebben deze gesprekken hetzelfde patroon. De ouder vraagt het kind hoe het op school was en het kind vertelt. In de klassen gebeurt dit ook vaak. De juffrouw vraagt op maandag wat de kinderen in het weekend hebben gedaan. Een kind vertelt zijn verhaal en dan mag de volgende vertellen.

Je kind leert hierdoor begrippen als gisteren en vandaag en leert verhalen in chronologische volgorde te vertellen. Maar het kind leert niet om werkelijk een gesprek te voeren.

Praten met je kind (2)

Volwassenen die gesprekken voeren, wisselen elkaar constant af. Ze stellen elkaar vragen en vullen elkaar aan wanneer ze zichzelf in het verhaal van de ander herkennen. Wanneer je je kind leert om ook te luisteren naar een ander en vragen te bedenken, werk je aan zijn sociale ontwikkeling, leer je hem kritisch te luisteren, stimuleer je zijn nieuwsgierigheid en creativiteit en komt het kind tot inzichten door zich te leren verplaatsen in een ander.

Tips:
Stel je kind vragen over hetgeen wat hij vertelt.
Vertel zelf ook over jouw dag.
Laat je kind vragen bedenken over hetgeen wat jij vertelt.
Laat je kind meedenken over oplossingen bij kleine problemen.
Heb je meerdere kinderen, laat ze dan vragen aan elkaar stellen tijdens een gesprek.
Bescherm de verhouding tussen kind en volwassenen. Maak je kind niet tot je vriendin.

Genante vragen
Kinderen zijn nieuwsgierig. Ze stellen soms hele onbeleefde vragen. Het is goed om kinderen te stimuleren nieuwsgierig te zijn. Ze hebben nog zoveel te leren, maar natuurlijk is het ook belangrijk om ze te leren dat sommige vragen niet beleefd zijn.

Tips:
Geef aan dat de vraag niet beleefd was. En leg uit waarom.
Laat je kind zijn excuses aanbieden als de vraag aan een ander werd gesteld.
In het geval van een vraag over een onderwerp waar je je kind iets over wilt leren: Geef op een ander moment, als je alleen bent met je kind alsnog antwoord op de vraag.
Wanneer een vraag te privé is, mag je dit gerust zeggen en aangeven dat je daarom ook geen antwoord zal geven op de vraag.
Spreek met je kind af dat als hij weer zo’n vraag heeft, dat hij die vraag even bewaart en dan pas stelt wanneer jullie alleen zijn.

Gesprekken over moeilijke onderwerpen
Niet alles is even gemakkelijk tijdens het avondeten te bespreken. Voor sommige gesprekken moet je echt even gaan zitten. En sommige gesprekken vergen wat voorbereiding. Gesprekken over de dood, over seksualiteit of over ruzie bijvoorbeeld. Als jij degene bent die dit gesprek wil gaan voeren, kan je de tijd nemen om het gesprek even voor te bereiden. Als je kind graag meer wilt weten over een moeilijk onderwerp, kan je ook aangeven dat je er even over na wilt denken en er later op terug zal komen.

Tips:
Bespreek met je partner wie het gesprek zal voeren. (Soms is het zelfs beter om een ‘buitenstaander’ het gesprek te laten voeren.)
Bedenk je van te voren wat je wilt vertellen en of er ook vragen zijn die je liever niet beantwoordt.
Kies een geschikt moment, bijvoorbeeld na het avondeten en een geschikte plek voor het gesprek. Een wandeling of een autorit zijn ook erg prettig, omdat je elkaar dan niet constant aan hoeft te kijken en er vaker stiltes vallen die niet perse ongemakkelijk hoeven te zijn.
Vertel je kind van te voren wanneer het gesprek plaats zal vinden.
Verwijder alle afleiding of zet ze uit, zoals telefoons en televisie.
Ook je kind heeft soms tijd nodig om zich op het gesprek voor te bereiden. Door bijvoorbeeld al wat folders op zijn kamer te leggen. (Bij gesprekken over seksualiteit bijvoorbeeld.) Krijgt je kind alvast de ruimte om zich voor te bereiden en vragen te bedenken.
Vertel je kind hoe jij erover denkt. Geef je kind ruimte om een eigen mening te vormen en laat die mening in zijn waarde, ook al is die niet hetzelfde als jouw mening.
Dwing je kind niet om antwoord te geven op ongemakkelijke vragen.

Sanne

Geïnspireerd door de bijzondere moeders die ik heb ondersteund, schrijf ik verhalen over de dagelijkse situaties waar moeders in kunnen staan.

Sanne
Sanne streek glimlachend over haar dikke buik. Haar dochtertje had haar oor tegen de blote buik gelegd en Sanne voelde de kleine plakvingertjes tegen haar huid.
“Kom je er bijna uit zusje?” vroeg de peuter.
“Bijna,” antwoordde Sanne voor de ongeboren baby.
Het kleine wezentje duwde haar voetje tegen de baarmoederwand.
“Wil je ook even voelen, Lars?” vroeg ze aan haar zoontje, die op een afstandje stond te kijken.
“Nee,” reageerde hij nors. Hij sloeg zijn armen over elkaar en perste zijn lippen samen. “Ik wil niet nog een zusje,” verklaarde hij, waarna hij een boze blik naar de peuter wierp.
Sanne zuchtte. Lars had de hele zwangerschap bijna geen aandacht aan de komst van een derde kindje geschonken. En sinds hij wist dat het een meisje zou worden, wilde hij er nog minder van weten. Hij had boos tegen het ledikantje geschopt toen ze hem het kamertje van zijn nieuwe zusje lieten zien.

Sanne

“Voorzichtig hè,” fluisterde Tim en duwde de slaapkamerdeur open. Op haar tenen sloop zijn dochtertje naar Sanne en de baby toe.
“Aww,” zei ze verrukt en gaf een zacht kusje op het voorhoofd van de baby.
Lars stond nog in de deuropening en ging op zijn tenen staan om de baby te kunnen zien.
“Je mag wel even komen kijken,” zei Sanne.
Lars wilde al bijna zijn armen weer over elkaar slaan en zijn hoofd schudden, maar zijn nieuwsgierigheid won het. “Is dat mijn nieuwe zusje?” vroeg hij met grote ogen.
Sanne knikte.
“Hoe heet ze?”
“Dina,” antwoordde Sanne met een glimlach.
Heel voorzichtig raakte Lars de baby aan.
“Hallo Dina.” Met een ruk ging zijn hoofd omhoog en hij keek snel van zijn moeder naar zijn vader. “Mag ik een boekje aan haar voorlezen?”
Tim lachte. “Dat is goed jongen, ga er maar eentje uitzoeken.”
Lars spurtte de kamer uit. Tim keek Sanne aan en zuchtte opgelucht.

1 2