Categorie: Interviews

Zwangertag

Laat ik eens een zwangertag maken, dacht ik. Daar zijn er al wel een hoop van te vinden op internet en ik doe lekker mee. Hier gaan we dan:

20 weken zwanger

Hoeveel weken ben je nu zwanger?
23 weken. Op de foto was ik 20 weken zwanger.

Wanneer ben je uitgerekend?
Op 18 augustus. Eén dag voor de verjaardag van mijn zus. De kans is natuurlijk klein dat ons kindje op die dag geboren wordt, maar het zou zo maar kunnen.

Heb je altijd al een kinderwens gehad?
Ja, vanaf dat ik heel klein was al. Het liefst was ik een paar jaar eerder al getrouwd en had ik eerder een vaste baan en kinderen gehad. Maar ja, je hebt niet altijd alles in de hand. Toen we eindelijk de stabiliteit hadden die we wensten, duurde het vervolgens nog 2 jaar voordat ik zwanger werd. We stonden net op het punt om met insemineren te beginnen toen bleek dat ik al zwanger was.

Wanneer wist je dat je zwanger was?
Al met vier en een halve week. We waren er zo mee bezig dat ik meteen een test deed toen ik over-tijd was.

Aan wie vertelde je het eerste van je zwangerschap?
Buiten mijn man om, de verkoopster van de lingeriewinkel, ik had een grotere BH nodig. Daarna wilde we het als eerste aan mijn ouders vertellen, helaas lukte dat niet, want toen we bij vrienden op bezoek waren, kon ik gewoon niet verbergen dat ik zo dol gelukkig was en moest ik het gewoon vertellen. Ik was toen pas 5 weken zwanger.

Welke kwaaltjes heb je?
Het eerste trimester was ik misselijk en heel erg moe. Nu heb ik alleen nog last van maagzuur. Daarnaast ben ik een stuk vergeetachtiger en behoorlijk snel emotioneel, niet alleen kan ik snel huilen, maar ik heb ook iedere week wel een paar keer de slappe lach.

Zijn er dingen die je nu vies vindt smaken of ruiken?
Met mijn smaak valt het wel mee. Het meeste vind ik nog steeds prima te eten. Het smaakt soms wel anders en dingen die ik eerder heel lekker vond, vind ik nu maar matig. Qua geuren heb ik last van sigarettenrook, uitlaatgassen, oude koffie, alcohol en hondenpoep.

Wat vind je het leukste aan de zwangerschap?
Het wonderlijke besef dat er een mensje in mijn buik leeft. Zo bijzonder als ik haar voel bewegen.

Wat vind je minder leuk aan de zwangerschap?
Dat het voor mijn gevoel nog zo lang duurt voordat ik ons kindje in mijn armen kan sluiten. Oh en niet meer op mijn buik kunnen slapen, dat vind ik echt heel vervelend.

Wanneer voelde je het kindje voor het eerst bewegen?
Ik voelde haar voor het eerst bewust met 20 weken. Daarvoor had ik haar ook al een paar keer gevoeld, al vanaf week 16, maar ik wist steeds niet helemaal zeker of het de baby was of gewoon mijn darmen. Mijn man voelde haar van de week voor het eerst.

Wilde je het geslacht van het kindje weten? En zo ja, heb je het ook aan anderen verteld?
Ja wij wilden heel graag weten of we een jongetje of een meisje verwachten. Ik dacht echt dat er een jongetje in mijn buik groeide, maar het bleek een meisje te zijn. Daar ben ik inmiddels al helemaal aan gewend en kijk er enorm naar uit haar te ontmoeten. We hebben het dezelfde dag nog aan mijn ouders verteld en maken er verder ook geen geheim van.

Hebben jullie al een naam?
Nee, voor een jongetje hadden we al jaren twee favorieten, maar voor een meisje is het een stuk lastiger en liggen onze smaken net wat verder uit elkaar.

Wat is het stomste wat iemand tegen je heeft gezegd tijdens de zwangerschap?
“Goh, jij bent ook flink dikker geworden.” Tja, gelukkig heeft het een goede reden.
Verder vind ik het erg vervelend als mensen ongevraagd aan mijn buik zitten. Het aanraken van het lichaam van iemand anders is sowieso al vreemd, maar op dit moment vind ik het nog vervelender. Een hand op mijn buik is zo intiem, dat is echt iets tussen mij (of mijn man) en mijn baby.

Is de babykamer al af?
Bijna. We hadden al veel meubeltjes in huis, die hadden we een paar jaar eerder al van mijn zus gekregen toen mijn neefjes er geen gebruik meer van maakten. Tja, toen we dan toch alles al in huis hadden, was de verleiding natuurlijk veel te groot en wilde ik meteen gaan inrichten.

Wil je deze tag ook invullen? Neem hem gerust over! Plaats dan alsjeblieft de link in de comments hieronder, dan lees ik graag jouw antwoorden.

Suus en Gijs over Natuurlijk opvoeden en de Vrije School

Naast de basisschool waar ik vroeger naar toe ging, stond een Vrije School. Mijn overbuurmeisje ging naar die school. Als kind was ik altijd een beetje jaloers. In haar school hadden alle lokalen prachtige muurschilderingen, de meubels waren van mooi stevig hout, ze kregen vakken zoals toneel en sterrenkunde en er was een schooltuin.

Voeten krijt - Pixabay Dave Keys

Afbeelding: Pixabay – Dave Keys

Bij de Vrije School hoort een antroposofische levenswijze, ontwikkeld door Rudolf Steiner.

Antroposofie is ontwikkeld door Rudolf Steiner (1861-1925), wetenschapper, filosoof en kunstenaar. Als kind reeds beleefde hij de geestelijke wereld net zo concreet als de fysieke wereld om hem heen. In deze spontane waarnemingen lag de kiem van een bijzonder levensplan: het funderen van een nieuwe weg tot inzicht die uitgaat van materie en geest als één geheel en mensen in staat stelt daarin meer kennis en inzicht te verwerven. (www.antroposofie.nl)

De vrijeschool heeft als uitgangspunt: onderwijzen is ook opvoeden. Onderwijs gaat verder dan alleen goed leren lezen of rekenen. Onderwijs staat ook in dienst van de persoonlijkheidsvorming, zowel individueel als in relatie tot de sociale gemeenschap. De vrijeschool wil in het leven van een kind van betekenis zijn. Ieder kind heeft van zichzelf bepaalde talenten. De vrijeschool wil dat ieder kind deze kan ontdekken en ontwikkelen.
Dat vraagt om onderwijs dat verbreedt en de ontwikkeling van een vrije persoonlijkheid aanmoedigt in cognitiviteit, inventiviteit, originaliteit en creativiteit. Een aanpak gebaseerd op het mensbeeld uit de antroposofie, een visie op de mens, bestaande uit lichaam, ziel en geest. (www.vrijescholen.nl)

Hoe hebben jullie eigen opvoeding ervaren?
Gijs: Ik heb een vrije en creatieve opvoeding gehad. Ik mocht van alles uitproberen, creativiteit stond centraal, wat misschien niet gek is met een illustrator als vader en een creatieve moeder. Bij ons thuis werden veel natuurlijke materialen gebruikt: poppetjes maken van bijenwas, mijn vader spinde wol waar mijn moeder kleertjes van breide, veel knutselen en spelen met hout. Thuis hadden we een seizoenstafel en met de Vrije School vierden we ook de jaarfeesten thuis mee.
Vanaf mijn 11e ging ik van de Vrije School naar een reguliere basisschool. Reden hiervoor was dat de Vrije School mij niet voldoende kon ondersteunen bij leerproblemen. Dit was nogal een cultuurschok: ineens was er geen aandacht voor creativiteit en verhalen meer. Het was puur het curriculum en niets ‘extra’ meer. Na de basisschool ben ik ook naar een reguliere middelbare school geweest.
Suus: Ik heb een rooms-katholieke achtergrond en heb ook Katholiek Basisonderwijs gevolgd. We gingen, zeker toen ik jong was, regelmatig op zondag naar de kerk. Ik ben gedoopt, heb mijn communie gedaan en ben gevormd. Daarnaast was ik actief in de kerk en volgde ik catechisatie. Ik kom uit een heel warm nest, met veel aandacht voor elkaar; samen knutselen, bakken en dagjes uit. Mijn moeder werkte niet toen wij nog op de basisschool zaten, dus ze was elke middag thuis tijdens de lunch en de thee om half 4. Pas toen mijn zusje oud genoeg was om alleen thuis te zijn is mijn moeder weer een opleiding gaan volgen en gaan werken.

Wat neem je mee uit die opvoeding en wat wil je anders doen?
Eigenlijk kun je stellen dat we elementen pikken uit verschillende opvoedingsstijlen zoals Natuurlijk Ouderschap, onze eigen achtergronden en dus ook antroposofie. Wij voeden onze dochter; Juniper, daarom niet op vanuit een puur antroposofische visie, omdat we niet achter alle elementen van Steiner staan. Zo verschillen we van mening over een aantal medische aspecten. Binnen de antroposofie komt het bijvoorbeeld vaker voor om kinderen niet voor alle ziekten te vaccineren en niet naar het consultatiebureau te gaan, maar wij kiezen ervoor om Juniper wel het rijksvaccinatieprogramma te laten volgen en wij gaan naar een reguliere huisarts.
Wij vinden creativiteit en de mogelijkheid om je te uiten belangrijk en proberen Juniper daar zoveel mogelijk in te faciliteren en te steunen. Verder luisteren we heel bewust naar Juniper en naar wat ze nodig heeft. Dus mag ze slapen als ze moe is en eet ze als ze honger heeft. Wij gaan mee in haar ritme (waar mogelijk) en dwingen haar niet in het onze.
We zouden niet bewust iets anders doen dan onze ouders. Dit is een andere tijd en een andere situatie en afgestemd op Juniper.
Opvoeden is niet zwart wit voor ons en we kiezen ook niet voor 1 stijl, we zijn niet zo van de dogma’s. Juniper heeft ook niet onder een roze-blauwe zijden hemeltje gelegen omdat Steiner/Goethes kleurenleer dat voorschreef en wij nu eenmaal aan een antroposofische opvoeding doen. Wel heeft ze bijvoorbeeld het grootste deel van haar eerste jaar wolzijden mutsjes gedragen omdat we merkten dat ze zich daar prettig bij voelde en wij geloven dat het prikkels buitensluit. Juniper slaapt nog steeds op schapenvachtjes, omdat we haar graag omhullen met natuurlijke materialen. Toevallig wijst onderzoek ook uit dat het de kans op astma vermindert. We gaan altijd uit van onszelf, onze eigen intuïtie en gevoel. En we pikken uit verschillende opvoedstijlen waar wij ons goed bij voelen.

Waarom kiezen jullie voor deze opvoedstijl?
We vragen ons af of dit wel een bewuste keuze is. Het is hoe wij zijn en hoe wij in het leven staan. Dat heeft ook deels te maken met opvoeding, wat je meeneemt uit je jeugd. We vinden het belangrijk dat Juniper kan worden wie ze is en we doen ons best om haar zoveel mogelijk te faciliteren op die ontdekkingstocht. Daarnaast willen we haar ook graag laten zien wat wij belangrijk vinden in het leven, onze visie op de wereld. Hierbij hoort aandacht voor de natuur, voor de mensen en de dieren in de wereld, voor de spirituele kant van het leven, en voor kunst en cultuur. Toevallig ligt dat allemaal erg dicht tegen een antroposofische opvoeding aan.

Hoe zoek je een school uit die bij deze opvoeding past?
Voor antroposofen is dit niet moeilijk: er zijn scholen met antroposofische opvatting, namelijk Vrije Scholen. Wij hebben Juniper wel al ingeschreven op een Vrije School, al voor haar eerste verjaardag. Er zijn lange wachtlijsten, want Vrije Scholen zijn op dit moment populair. Waarschijnlijk omdat ze niet die focus leggen op presteren en op het voldoen aan gemiddelden en cijfers, maar juist uitgaan van het kind. Ook verhalen, mythen en sagen en creatieve uitingen zijn belangrijk op een Vrije School, dit spreekt mensen aan.
Zelf weten we nog niet of Juniper daadwerkelijk een Vrije School gaat volgen. We willen Junipers behoefte hierin volgen en kijken watvoor kindje ze wordt. We kunnen nu nog niet beslissen, dat komt pas als ze richting schoolleeftijd gaat.

Welke vooroordelen willen jullie graag wegnemen bij anderen?
Dat antroposofen wereldvreemde geitenwollensokken types zijn! Ze staan niet buiten de samenleving met hun eigen opvattingen, maar juist middenin de wereld.

Liselotte ging met haar zoon naar een kindercoach

Liselotte vertelde mij over het besluit om met hun zoon naar een kindercoach te gaan. Ik vroeg haar of ze hierover een aantal vragen wilde beantwoorden.

Liselotte en zoonLiselotte: Ik ben getrouwd en heb twee zonen (9 en 10). Ons gezin is zowel financieel als sociaal stabiel en kent geen echte crisissen. Onze jongens gaan twee keer per week naar de BSO, hebben veel vriendjes en presteren boven gemiddeld op school. Geen aanleidingen voor opvoedkundige problemen zou je op het eerste gezicht zeggen. Echter ieder mens is uniek en ook kinderen met dezelfde basis zijn verschillend.

Wanneer en hoe merkte je voor het eerst dat je zoon bepaalde angsten had?
Mijn zoon is altijd angstig geweest. Als peuter had hij al moeite met verandering in omgeving of in routines. De doordeweekse dagen verliepen meestal zonder problemen, dan was zijn dag redelijk strak ingedeeld. Maar zodra de dag anders verliep, zoals in het weekend, of wanneer we uitstapjes wilde maken, dan moest dat tot in detail worden uitgelegd. Ook wilde hij steeds bij me zijn, zelfs als ik naar het toilet ging of wasgoed ging ophangen op zolder. Zodra ik (of een andere volwassene) uit zijn gezichtsveld was, raakte hij in paniek. Ook een oppas inschakelen ging moeizaam. Als mijn man en ik waren uitgenodigd voor een feestje dan ging daar een drama aan vooraf, ondanks uitgebreide uitleg waar we waren, bij wie, hoe laat we thuis zouden komen en welke oppas, dan nog was het grote paniek zodra we de deur uit gingen. Soms ging het echt niet en moest mijn man of ik thuis blijven of werden we halverwege de avond gebeld door de oppas. Uit logeren ging en gaat overigens wél goed.

Om wat voor angsten gaat het precies?
Verlatingsangst, lichte vorm van smetvrees en angst om controle te verliezen (bang voor het onbekende).

Wat heb je er zelf aan proberen te doen?
Natuurlijk wil je dat je kind opgroeit tot een evenwichtig persoon met een stevige basis en dat hij vol vertrouwen in de wereld staat. Toen mijn zoon nog klein was dachten we dat de angsten hoorden bij de ontwikkelingsfase; de eenkennigheidsfase, moeite om realiteit en fantasie te scheiden etc. De angstige periodes wisselden zich af met ‘goede’ periodes. Dat maakte het lastig om te bepalen of mijn zoon in een ‘nieuwe’ fase was beland, over zijn angst heen was of dat de angsten toch meer van structurele aard waren.
Uiteraard hebben we van alles geprobeerd; daags van te voren het kind voorbereiden op nieuwe situatie of afscheid, duidelijke uitleg, kiekeboe spelletjes (peuterleeftijd), oefeningen in tijdsbesef, bevorderen van eigen kracht door zelfstandig klusjes te laten doen en verschillende oppassen. Ook juist het tegenovergestelde hebben we geprobeerd: kort voorbereiden, kort afscheidsmoment, streng toespreken. Alle pogingen hadden wisselend succes. Een eenduidige oplossing was er eigenlijk niet.

Hoe ging jouw omgeving er mee om?
Onze omgeving reageerde wisselend. De meeste mensen vonden het vervelend voor ons, kwamen met goedbedoelde adviezen of vonden dat we niet streng genoeg waren. Sommige deden het gedrag van onze zoon af als ‘aanstelleritis’ of ‘aandachttrekkerij’.

Heb je je ooit niet serieus genomen gevoeld
Natuurlijk voel je je wel eens niet serieus genomen. En soms twijfel je ook of je het zelf bij het rechte eind hebt. Maar als je ziet hoe je kind reageert in bepaalde situaties, weet je dat het zich absoluut niet aanstelt. Zijn emoties zijn echt en het is moeilijk om die te ontkrachten of in verhouding te brengen naar de situatie.

Merken de leerkrachten op school iets aan je zoon?
De leerkrachten merken niet direct iets van de angsten. Als de dag in een vast patroon verloopt, is er weinig aan de hand. Wel krijgen we in de 10 minuten gesprekjes vaak te horen dat onze zoon een ‘bijzonder’ kind is. Niet echt anders dan de andere kinderen, maar wel in de manier van vragen stellen en zijn denkwijze.

Zou je willen dat je dingen anders had gedaan?
Dat is een moeilijke vraag. Je blijft zelf ook een mens met eigen emoties. Het enige wat ik kan verzinnen is dat ik op de momenten dat ik minder geduldig was toch wat meer geduld had kunnen opbrengen.

naar de kindercoach

Welke impact hebben de angsten en het bijbehorende gedrag van je zoon op de rest van je gezin?
Gelukkig gaat het nu hij ouder is en een coaching traject heeft doorlopen beter. Maar voorheen was de impact enorm. We waren altijd aan het bedenken hoe onze zoon op bepaalde situaties zou reageren en hoe we dit het hoofd moesten bieden. Daarnaast hadden we altijd het gevoel dat we constant verantwoording af moesten leggen. Onze andere zoon leed hier ook onder; hij werd steeds gecontroleerd en gecommandeerd door de oudste. Daarnaast had onze zoon zelf steeds meer last van zijn eigen onvermogen. Dit uitte zich in woede, verdriet, brutaal gedrag en neerslachtigheid.
Toen onze zoon negen was hebben we besloten dat we echt op zoek moesten naar externe hulp. Het kon zo niet langer. We zijn met hem in gesprek gegaan. We hebben aangegeven dat wij als ouders niet alle wijsheid in pacht hebben. En dat ook wij soms hulp nodig hebben. Ook hebben we aangegeven dat er veel verschillende coaches zijn en dat er meer kinderen naar een kindercoach gaan. Het belangrijkste vonden wij dat de coach aansloot bij ons kind. Ik heb referenties gevraagd bij andere ouders en zo zijn we bij twee coaches op oriënterend gesprek geweest. Onze zoon mocht thuis aangeven of hij nog een keer terug wilde komen bij de betreffende coach. Bij de eerste was hij redelijk stellig, dit was niet helemaal zijn ‘mevrouw’. Bij de tweede coach waren we de deur nog niet uit, of hij riep al dat dít de coach was waar hij naartoe wilde.

Wat heeft het traject met de kindercoach je zoon, jou en je gezin opgeleverd?
We hebben de ‘rots en water’ training met onze zoon gevolgd. Deze training is in eerste instantie niet direct gericht op angsten. De training is bedoeld om een kind zelfbewuster en zelfverzekerder te maken. Omgaan met situaties en grenzen aangeven zijn belangrijke aspecten in de training. Onze zoon heeft geleerd beter om te gaan met zijn emoties en de training heeft ons geleerd om op een andere manier naar situaties te kijken.

Hoe is de situatie nu?
De training is ruim een half jaar geleden afgerond en we merken dat een ‘opfrismoment’ wel goed zou zijn. Toch is er veel veranderd. Onze zoon is veel beter in staat aan te geven wat hij eng vindt en waarom. Hij durft nu alleen naar school te gaan en alleen op de fiets naar de voetbaltraining. Een oppas is geen groot probleem meer en hij gaat zelfstandig bij vriendjes spelen of buitenspelen. Ook op vakantie onderneemt hij meer zelfstandig, al vindt hij het wel fijn als zijn broertje meegaat. Soms heeft hij nog een terugval, maar zo extreem als een jaar geleden is het gelukkig nooit.

Heb je nog tips voor andere ouders?
Neem je kind serieus! Je weet zelf het beste of het zich aanstelt of dat het gaat om werkelijke emoties. Als je een keer je geduld verliest, is dat niet erg, als je daarna je kind maar uitlegt waarom je boos werd en dat het niet de bedoeling was. Leer daar zelf ook van en reageer de volgende keer wel geduldig. Zoek op tijd hulp als je er niet (meer) uitkomt en betrek je kind bij het zoeken naar hulp; uiteindelijk moet het kind geholpen wíllen worden en dat gaat beter als het zelf achter de coach en de training staat.

Zou jij het ook leuk vinden om jouw verhaal te vertellen op met de Paplepel? Neem dan gerust contact op. 

Katoenen luiers; absoluut geen vierkante lap met een veiligheidsspeld meer.

Ik interviewde Alice Versendaal. Zij gebruikt nu al bijna twee jaar katoenen luiers en vertelde mij haar ervaring.

Wat heeft je ertoe doen besluiten om katoenen luiers te gaan gebruiken?
Natuur, behoud van de natuur. Dat was het voornaamste, we vonden zonde om afval te maken om afval te verwerken. Ik heb bij de TU Delft gewerkt, daar werkten studenten aan een onderzoek. Zij konden mij vertellen dat 60 tot 70 procent van al het afval uit luiers bestaat. Ook vertelden zij dat de korrels die in luiers zitten heel moeilijk afbreekbaar zijn. Daarom zijn we naar alternatieven opzoek gegaan.
Dat bracht ons bij de katoenen luier. Veel mensen denken dat het gaat om zo’n vierkante katoenen lap die je met veiligheidsspelden vast moet zetten, maar dat viel reuze mee. Het zijn gewoon echt luiers met klittenband maar dan van katoen, die je kan wassen. Dat klonk als minimaal extra werk. Je hebt toch vaak al veel was, want je kindje knoeit dagelijks op zijn kleertjes. En dan kunnen de katoenen luiers er gewoon bij en is je trommel meteen beter gevuld.
Daarnaast bleek het financieel ook nog eens interessanter te zijn. Ik heb ze tweedehands gekocht, ook weer vanwege de duurzaamheid. De meeste luiers kunnen makkelijk twee kindjes mee. Het kostte me driehonderd euro voor het hele leven van mijn zoontje. En als je dat om gaat rekenen naar gewone luiers ben je dat vaak al in het eerste jaar kwijt.

Katoenen luier (2)

Gebruik je dan nooit meer wegwerpluiers?
’s Nachts zijn we wel overgestapt op wegwerpluiers, omdat hij heel veel drinkt en de periode dat hij slaapt is erg lang. Dit is per kindje afhankelijk, maar ons zoontje plast ’s nachts erg veel en lekt dan teveel door met een katoenen luier. Dat heeft ons doen besluiten om ’s nachts toch voor een wegwerpluier te gaan. We hebben wel voor een ecologische wegwerpluier gekozen. Die zijn wel weer wat duurder. Ook in de vakantie gebruiken we wegwerpluiers. Want alles leuk en aardig, maar als je drie weken op vakantie gaat heb je niet altijd genoeg luiers om die tijd te overbruggen en niet iedere camping heeft een wasserette. Je kan ook niet drie weken wachten om de luiers te wassen.

Hoe werkt het?
De katoenen luier ziet er gewoon uit als een normale luier met klittenband. Verder heb je nog een wolwikkel nodig, want katoen absorbeert heel gemakkelijk water. Zie het als een nat vaatdoekje dat je op een theedoek legt, uiteindelijk zuigt de theedoek ook water op uit het vaatdoekje. Dat gebeurt ook met het vocht uit de katoenen luier, de kleding zuigt dat uiteindelijk ook op. Dus je moet er iets omheen hebben zitten dat waterafstotend is. Je kunt kiezen uit twee types, de wolwikkel of een plastic variant. In de plastic variant wordt het ongeveer net zo warm als in een gewone luier, waardoor er sneller luieruitslag ontstaat. Wol ademt heel goed en lekt niet door vanwege een natuurlijk vet wat in de wol zit. Het zijn gewoon broekjes die je over de katoenen luier aan kan trekken. Je moet dan wel zorgen dat de luier er nergens uitsteekt, anders wordt de kleding alsnog nat.
Verder heb je nog een klein doekje nodig. Het is vergelijkbaar met een stukje wc-papier, maar dan steviger. Als het kindje heeft geplast gooi je de hele luier in de was, maar als je kindje heeft gepoept dan haal je dat doekje eruit en spoel je dat met de ontlasting door de wc. Het papieren doekje is biologisch afbreekbaar en lost in de riolering gewoon op. Daarna spoel je eventuele vlekken nog even uit de luier en gooi je die dan ook gewoon in de was.
De wikkel was je bijna niet. Alleen als hij vies is. Wol heeft een zelfreinigende eigenschap en hoef je dus haast niet te wassen. Na het wassen moet je hem wel weer invetten met lanoline, zodat de wol weer een beetje vettig wordt.

Katoenen luiers

Wordt het niet een flinke prop met zowel een luier als een wolwikkel aan?
Ja dat wel. Je merkt het ook aan de maatjes. Hij heeft een grotere maat broekjes nodig dan shirtjes. Maar het belemmert hem niet. Hij ontwikkelt zich goed en zijn beentjes staan ook gewoon recht.

Wat vonden ze er van op het kinderdagverblijf?
Ze waren verrast, wij waren de eerste. Maar ze hebben het niet als een probleem ervaren. Ik geef er een wetbag bij, waar ze de vuile was in stoppen. Verder is het net zo gemakkelijk als een gewone luier. Nu bijna twee jaar later zijn wij voor het kinderdagverblijf nog steeds de enige met katoenen luiers.

Heb je het idee dat de katoenen luier populairder wordt?
Nee, nog niet eigenlijk. Ondanks dat ik mensen probeer te overtuigen dat het echt geen extra werk is. Ze zijn moeilijk aan te komen. Dat is deels denk ik ook het probleem. Ik heb een vriendin die ook katoenen luiers gebruikt en we missen allebei een winkel waar je even naar toe kan om de luiers te voelen en de verschillen te zien tussen verschillende merken. Nu koop ik ze online. Ik wilde bijvoorbeeld graag bamboekatoen gebruiken omdat dat nog minder milieu belastend is. Als je daar dan voor kiest en je zou niet tevreden zijn, dan zit je er wel een beetje aan vast. Want je koopt vaak meteen een complete set. De kans is dan groot dat je alsnog wegwerpluiers gaat kopen.

Hoe kom je dan aan katoenen luiers?
Ik koop ze online bij de luierspecialist. Daar kan je ze nieuw en tweedehands kopen. Ze geven ook informatie en tips als je daar om vraagt. Wij hebben ook een keer een ritje naar België gemaakt, naar Leuven. Er zijn in België meer winkels, want daar is het veel populairder. We kwamen er toen ook achter dat je de wolwikkels in verschillende kleurtjes kon kopen.

Je gebruikt nu al bijna twee jaar de katoenen luiers, ben je er tevreden over?
Ze zeggen dat kinderen sneller zindelijk worden met katoenen luiers. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal, maar hij is nu bijna twee en plast al af en toe op het potje en geeft al steeds vaker zelf aan dat hij geplast heeft. Van het kinderdagverblijf heb ik begrepen dat dit voor een jongetje best snel is. Door de katoenen luier voelt een kindje beter dat hij nat of vies is en dat helpt met de zindelijkheid.
Hij heeft minder vaak uitslag, omdat de luiers beter ademen. Je moet wel oppassen dat je de juiste maat gebruikt, want deze luiers schuren wat sneller als ze te strak zitten.

Je bent nu zwanger van een tweede kindje. De luiers die je voor je eerste kindje gebruikte waren tweedehands, dus je hebt nu nieuwe nodig. Let je nu op andere dingen?
Ik merkte bij het eerste setje dat ik voor de eerste drie maanden eigenlijk nog een kleiner variantje miste. Het lukte wel met de luiers die ik had overgenomen, maar het werd wat sneller een frotje. Ik had toen alleen maatje S en L, ik wil nu ook maatje XS kopen. Ook deze keer koop ik ze weer tweedehands, omdat we denken dat dit ons laatste kindje is.