Categorie: Kleuter

Sinterklaas activiteiten

Het is bijna zover. Sinterklaas en zijn Pieten zijn al onderweg. Voor de kinderen die veel moeite hebben met alle stress schreef ik vorig jaar deze tips. Maar als je wel alles uit de kast wilt trekken heb ik hier een aantal leuke activiteiten.

saint-nicholas-1067013_1280
Afbeelding: Pixabay door Keytraxz

Sinterklaasje spelen
Met crêpepapier en knutselspullen maak je gemakkelijk een Pietenmuts of een mijter. Maar ook in de winkels zijn er hele mooie verkleedkleren te koop. Speel met je kind een aantal Sinterklaas gebeurtenissen na. Doe bijvoorbeeld net alsof je je schoentje zet, zing een liedje en doe alsof je gaat slapen. Je kind mag dan verkleed als Piet of Sint een nep cadeautje in je schoen doen. Het naspelen van spannende gebeurtenissen helpt het kind om meer grip op de situatie te krijgen. Ook na 5 december is het goed om nog een tijdje door te spelen, de Sint is misschien wel het land al uit, maar je kind is nog vol op bezig met het verwerken. (meer…)

Uit het archief: Weer naar school!

Uit het archief van vorige zomer: Weer naar school! Hier in het zuiden van het land duurt het nog even, maar misschien ben jij je al helemaal aan het voorbereiden op het nieuwe schooljaar.

weer naar school

Praktische voorbereiding:
Lekker uit kunnen slapen tijdens de vakantie? Dat houdt ineens op wanneer de kinderen weer naar school gaan. Probeer alvast in het ritme te komen door iedere dag een beetje eerder op te staan en ’s avonds iets eerder naar bed te gaan.
Passen de gymkleren nog? En zijn de broodtrommel en drinkbeker nog in orde? Zorg dat de schooltas van je kind compleet is en alle kleding nog past voordat de schoolweek begint.
Nieuwe school? Loop of fiets dan van te voren met je kind alvast de route.
(meer…)

Cadeautje voor de juf

Het einde van het schooljaar is in zicht. Misschien is het op de school of de peuterspeelzaal waar jouw kindje naar toe gaat wel gebruikelijk om aan het eind van het schooljaar een cadeautje voor de juf mee te nemen.

cadeautje voor de juf

Ik maakte een taartcadeautje voor een juf waar ik veel mee samenwerk die helaas afscheid moet nemen. Bij de Hema kocht ik een taartvorm van 16 centimeter diameter. Ik kocht twee van de ingrediënten en knutselde een kaart. De kaart kan je heel leuk samen met je kind knutselen, zo wordt het een kind-cadeautje en geen mama-cadeautje. Achterop de kaart schreef ik het recept. Dit recept bijvoorbeeld.

Toen ik zelf nog juf was, kwam ik om in de theekoppen. Die kreeg ik zo vaak. De leukste cadeautjes die ik kreeg waren; noten en vruchten uit eigen tuin, zelfgemaakte koekjes, knutselwerkjes met een foto van het kind, een beschilderde bloempot met een plantje erin, een leuk boek met een mooie boodschap aan de binnenkant van de kaft geschreven door moeder en kind.

Wordt er bij jouw kind op school iets gegeven aan de juf of meester aan het eind van het schooljaar? Wat vind je daarvan?

Ouderwets verjaardagsfeestje

Toen ik nog een klein Margrietje was, vierde ik het liefste mijn verjaardag gewoon thuis. Met een paar vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt en van school. Mijn moeder zorgde voor het programma. Dat deed ze altijd met succes, want sommige vriendinnetjes vonden feestjes bij ons leuker dan de uitjes naar het zwembad of de bioscoop zoals bij veel klasgenootjes gebeurde.

Verjaardag 2

Taart en cadeautjes
De meeste verjaardagsfeestjes beginnen met taart en cadeautjes. Er worden wat liedjes gezongen, de jarige blaast de kaarsjes uit en dan wordt de taart verdeeld. Daarna mag de jarige cadeautjes uitpakken. Met dit hele gebeuren ben je al snel 30 minuten verder als het niet meer is. Wil je hier langer over doen, kan je ook de taart met de kinderen zelf versieren, of in plaats daarvan cupcakes, eierkoeken of wafels versieren. Je kan hiervoor vers fruit, smarties, hagelslag, jam, slagroom of fondant gebruiken bijvoorbeeld.

Ouderwetse spelletjes
Je kan gemakkelijk de hele middag een groep kinderen vermaken met ouderwetse spelletjes. Als je ongeveer 15 minuten per spelletje rekent voor een groep van 6 kinderen heb je al snel een middag vol. Zeker als je de kinderen steeds in groepjes van twee het spelletje laat spelen en de andere kinderen laat aanmoedigen. Als iedereen aan de beurt moet komen, duurt het ongeveer 5 minuten per ronde van twee spelers.
Spijkerpoepen: de kinderen krijgen een koord om hun middel, aan het koord hangt vanaf hun rug een touwtje met een spijker. Zonder hun handen te gebruiken moeten ze proberen de spijker in een lege fles te krijgen. Wie het eerst de spijker in de flessenhals weet te krijgen wint.
Koekhappen: de kinderen krijgen een blinddoek om. Aan een lijn hangen plakken ontbijtkoek of cake. Met hun handen op hun rug happen ze naar de koek. Wie de koek het eerst weet te vangen met hun mond heeft gewonnen.
Snoep- of appelhappen: In een teiltje met water zitten voorverpakte snoepjes of appels. De kinderen happen met de handen op de rug naar het snoep of de appel. Als je twee teiltjes hebt, kan je een wedstrijdje doen.
Ezeltje prik: Hiervoor heb je een prikbord nodig. Op dit prikbord maak je een afbeelding van een ezel vast. Het kind dat aan de beurt is, krijgt een blinddoek om en wordt een paar keer rond gedraaid. Daarna moet hij of zij proberen een staart van karton, papier of touw met een punaise op de juiste plek op de afbeelding van de ezel te prikken.
Blikken gooien: Spaar 10 evengrote lege conservenblikken. Stapel de blikken op een tafel en zorg dat er achter de blikken niets kapot te gooien valt. Je kan dit natuurlijk ook buiten doen of in de schuur. De kinderen gooien om de beurt met een zachte kleine bal, liefst een die niet kan stuiteren, drie keer naar de piramide van blikken. Het kind dat in drie worpen de meeste blikken omgooit, wint.
Zakdoekje leggen: De kinderen zitten in een kring op de grond met de ogen dicht. Een van de kinderen loopt met een zakdoek rondom de kring. Alle kinderen zingen: “Zakdoekje leggen, niemand zeggen, kukeleku zo kraait de haan, twee paar schoenen heb ik aangedaan. Eén van stof en één van leer, hier leg ik mijn zakdoekje neer. Kijk voor je, kijk achter je, wie hem heeft die moet hem vangen.” Bij deze laatste regels moet het kind dat rondom de groep loopt het zakdoekje achter een van de kinderen in de kring leggen. De kinderen in de kring doen hun ogen open en kijken achter zich. Het kind met het zakdoekje achter zich staat snel op en probeert de zakdoeklegger te tikken voordat hij op de lege plek in de kring kan gaan zitten.
Stoelendans: In het midden van de kamer staat een groepje stoelen. Steeds één stoel minder dan dat er kinderen zijn. De kinderen dansen op muziek om de stoelen heen. Let op, ze mogen de stoelen niet aanraken als de muziek speelt. Plotseling stopt de muziek, de kinderen gaan zo snel mogelijk zitten. Het kind dat te laat is, is af. Er wordt een stoel weggenomen en dan wordt er nog een keer gespeeld. Dit herhaalt zich tot er nog maar één stoel staat en er twee kinderen omheen dansen. Degene die de laatste stoel weet te bemachtigen als de muziek stopt, wint.

Spelletjes voor buiten
Als het weer goed is, zijn er ook tal van spelletjes buiten te bedenken. Met de meeste spelletjes voor buiten kan je gemakkelijk 20 minuten of meer per spel bezig zijn.
Verstoppertje: Spreek goed af hoever de kinderen van het huis af mogen om te verstoppen. Dit werkt ook goed in een parkje. Een kind telt met de ogen dicht tot 50 of 100. De andere kinderen gaan zich verstoppen. Daarna gaat het kind dat geteld heeft de andere kinderen zoeken.
Tikkertje: Bij de meest simpele versie is er één tikker en rent de rest weg en probeert aan de tikker te ontsnappen. Ben je getikt dan ben je af. Varianten hierop zijn bijvoorbeeld: slingertikkertje, tikkertje met verlos of tikkertje met een geheime verlosser.
Overlopertje: Dit is eigenlijk ook een variant op tikkertje. De tikker staat in het midden en de andere kinderen staan in een rij. Ze moeten proberen naar de overkant te komen zonder getikt te worden. Varianten hierop zijn: schipper mag ik overvaren, kleurentikkertje of lekker- en viesland.
Annemaria-koekoek: Een kind staat met het gezicht naar de muur, de andere kinderen staan tien meter achter hem of haar. Het kind bij de muur zegt langzaam: “Annemaria-koekoek.” En draait zich dan snel om. De andere kinderen proberen zo snel mogelijk naar de muur te komen, maar het kind bij de muur mag hen niet zien bewegen. Dus staan zij zo stil mogelijk als het kind bij de muur zich heeft omgedraaid. Ziet het kind bij de muur nog iemand bewegen, dan is diegene af. Als niemand beweegt draait het kind zich weer naar de muur en herhaalt het spelletje zich.
Touwtje springen met een lang touw: De kinderen zingen liedjes, terwijl één of twee kinderen over het touw springen dat rond wordt gedraaid.
Buurtbingo: Verdeel de kinderen in groepjes. Ieder groepje krijgt een bingokaart met cijfers erop mee. Let erop dat ieder groepje andere cijfers heeft. Van te voren heb je met krijt de cijfers in de buurt op de stoep geschreven. De groepjes gaan zoeken en vinken op hun kaart de cijfers aan die ze vinden. Het groepje dat het eerste alle cijfers van zijn kaart heeft gevonden heeft gewonnen.
Fotospeurtocht: Maak van te voren een aantal foto’s van plekken in de wijk en bedenk vragen over die plek, waarbij het antwoord niet al op de foto te zien is. De kinderen gaan opzoek naar de plekken waar de foto’s zijn gemaakt en beantwoorden de vragen. Soms is het raadzaam een volwassene mee te sturen per groepje.
Hutten bouwen: Heb je genoeg ruimte in je tuin of vier je het feestje in het park of bos, dan is dit een leuke activiteit. Neem doeken mee, wasknijpers en touw en laat de kinderen zelf in het bos of park materiaal zoeken om hun hut verder mee te bouwen.

Andere activiteiten:
Knutselen: Altijd leuk en hoeft niet duur te zijn. Met wat gekleurd papier, wc-rolletjes, lege doosjes e.d. zijn kinderen al snel een tijdje zoet.
Chipsketting rijgen: Rijg nibbits ringen aan een dropveter voor een mooie chipsketting.
Schminken: Als je een beetje kan schminken is dit altijd een groot succes. Let er dan wel op dat er voor de kinderen die niet aan de beurt zijn iets anders te doen is, en er iemand extra in huis is die de kinderen in de gaten kan houden als jij aan het schminken bent.
Fruitspiesjes maken: Laat de kinderen fruit in stukjes snijden en op een satéprikker prikken. Daarna lekker samen opeten.
Quiz: Maak van te voren een quiz met vragen en opdrachtjes. Verdeel de groep in twee teams en speel zelf de quizmaster.
Verkleden: De meeste kinderen vinden het heel leuk om te verkleden. Je kan daarna een modeshow doen, of de kinderen kleine toneelstukjes laten bedenken.

Er zijn natuurlijk nog veel meer leuke dingen te verzinnen voor een verjaardagsfeestje bij je thuis. Misschien weet jij nog een leuke activiteit die niet moet ontbreken? 

Zindelijkheid

De meeste kinderen beginnen net na hun tweede verjaardag met zindelijkheidstraining. Meisjes vaak wat eerder dan jongens. Gemiddeld zijn de meeste kinderen overdag zindelijk net voor hun vierde verjaardag. ’s Nachts kan het soms wat langer duren.

Zindelijkheid

Het goede voorbeeld
Ook als ze nog heel klein zijn, kan je al beginnen met de voorbereidingen op de zindelijkheidstraining. Door aan te geven dat poep en plas vies zijn, door te laten zien wat een wc is en wat je daar gaat doen. Op deze manier werk je al een beetje aan het bewustzijn van je kindje.

Interesse wekken
Door erover te praten, te laten zien wat de wc doet, er boekjes over te lezen en je kind te laten spelen dat zijn knuffel ook op het potje moet wek je de interesse van je kindje.

Oefenen op het potje of de wc
Zodra jij aanvoelt dat je kindje moet, kan je meteen het potje of de wc aanbieden.
“Moet je plassen? Kom dan gaan we het op het potje proberen.”
Je kan een brilverkleiner op de wc-bril zetten en een opstapje voor de voetjes voor de wc plaatsen. Je kan het potje of de wc ook aanbieden direct na het volmaken van een luier. Gewoon nog heel even kijken of er misschien nog iets na komt en je kind laten wennen aan het gevoel van op het potje zitten.
Je kan er ook voor kiezen om het wc-bezoek op gezette tijden te oefenen. Zo kan je misschien voorkomen dat het kind zijn behoefte in de luier doet en leer je je kind onbewust een ritme aan.

Het kind geeft het aan
Een andere methode is om je kindje niet op het potje te zetten, maar te wachten tot het kind zelf aangeeft dat op de wc of het potje wil. Je wekt dan wel de interesse, zoals hierboven beschreven, maar gaat niet oefenen op het potje of de wc. Dit werkt niet bij alle kinderen.
De meeste kinderen geven zelf op een gegeven moment aan dat ze hun behoefte in hun luier hebben gedaan. Ze vinden het na een tijdje vaak een beetje vies om met een volle luier door te lopen en geven dan aan verschoond te willen worden. Dit is een mooi begin om te gaan oefenen met het potje.

Zonder luier
Vooral in de zomer is dit een fijne methode. Je laat je kindje gewoon rondlopen zonder luier. Er zullen heus nog wel wat ongelukjes gebeuren, maar vaak vindt het kind dat niet fijn en voelt hij eerder aan dat hij nat is. Hij leert dan ook sneller van te voren aan te voelen dat hij moet en zal dan sneller gaan vragen om een potje of de wc.

Belonen
Straf je kindje nooit als er een ongelukje is gebeurd. De vrees voor de straf of de boze ouder kan stress veroorzaken waardoor het zindelijk worden juist moeilijker gaat. Wel kan je benoemen dat plas en poep vies zijn, maar doe dit zonder beschuldigende toon. Belonen kan echter wel. Een stickerkaart, een vrolijk plasliedje of een andere beloning kunnen het kind stimuleren om op de wc te gaan.

’s Nachts zindelijk
Wanneer het kind overdag zindelijk is, kan je ook ’s nachts gaan trainen. Kinderen vinden het moeilijker om ’s nachts aan te voelen dat ze naar het toilet moeten. Ze slapen hier doorheen. Laat je kindje ruime tijd voor het slapen niets meer drinken. En maak je kind ’s nachts wakker om even samen naar de wc te gaan, laat je kind zelf lopen en op de wc gaan zitten. Als je het kind nog bijna slapend op de wc zet, zal het minder snel uit zichzelf wakker gaan worden voor het toiletbezoek. Zodra je merkt dat het kind ’s ochtends een droge luier heeft, omdat jullie ’s nachts samen naar de wc zijn geweest, kan je gaan oefenen ’s nachts zonder luier. Zodra je merkt dat je kind al wakker wordt voor jij hem wakker gaat maken, kan je gaan oefenen met de zindelijkheid ’s nachts zonder hulp.

Problemen
Sommige kinderen ervaren problemen tijdens de zindelijkheidstraining. Ze hebben een terugval, dit is meestal het geval na een ingrijpende gebeurtenis zoals een verhuizing of een nieuw broertje of zusje. Ze hebben last van obstipatie, waardoor er vaker ongelukjes gebeuren. Ze voelen het niet goed aankomen. Maar het kan ook zijn dat je kind last heeft van poep- en plasangst. Dat kan door het geluid van de wc, het gevoel van blote billen op het plastic, of het bang zijn een deel van zichzelf te verliezen. Bij angst is het nog belangrijker om niet boos te worden of teveel druk op het kind te leggen.

Hebben jullie nog aanvullende tips?

1 2 3