Categorie: Kleuter

Taalontwikkeling Deel 3: Gesprekken voeren met je kind

Gesprekken voeren
Gesprekken voeren met je kind, aan de eetkamertafel bijvoorbeeld. Als je kind net van school komt of als jullie samen zitten te eten. Meestal hebben deze gesprekken hetzelfde patroon. De ouder vraagt het kind hoe het op school was en het kind vertelt. In de klassen gebeurt dit ook vaak. De juffrouw vraagt op maandag wat de kinderen in het weekend hebben gedaan. Een kind vertelt zijn verhaal en dan mag de volgende vertellen.

Je kind leert hierdoor begrippen als gisteren en vandaag en leert verhalen in chronologische volgorde te vertellen. Maar het kind leert niet om werkelijk een gesprek te voeren.

Praten met je kind (2)

Volwassenen die gesprekken voeren, wisselen elkaar constant af. Ze stellen elkaar vragen en vullen elkaar aan wanneer ze zichzelf in het verhaal van de ander herkennen. Wanneer je je kind leert om ook te luisteren naar een ander en vragen te bedenken, werk je aan zijn sociale ontwikkeling, leer je hem kritisch te luisteren, stimuleer je zijn nieuwsgierigheid en creativiteit en komt het kind tot inzichten door zich te leren verplaatsen in een ander.

Tips:
Stel je kind vragen over hetgeen wat hij vertelt.
Vertel zelf ook over jouw dag.
Laat je kind vragen bedenken over hetgeen wat jij vertelt.
Laat je kind meedenken over oplossingen bij kleine problemen.
Heb je meerdere kinderen, laat ze dan vragen aan elkaar stellen tijdens een gesprek.
Bescherm de verhouding tussen kind en volwassenen. Maak je kind niet tot je vriendin.

Genante vragen
Kinderen zijn nieuwsgierig. Ze stellen soms hele onbeleefde vragen. Het is goed om kinderen te stimuleren nieuwsgierig te zijn. Ze hebben nog zoveel te leren, maar natuurlijk is het ook belangrijk om ze te leren dat sommige vragen niet beleefd zijn.

Tips:
Geef aan dat de vraag niet beleefd was. En leg uit waarom.
Laat je kind zijn excuses aanbieden als de vraag aan een ander werd gesteld.
In het geval van een vraag over een onderwerp waar je je kind iets over wilt leren: Geef op een ander moment, als je alleen bent met je kind alsnog antwoord op de vraag.
Wanneer een vraag te privé is, mag je dit gerust zeggen en aangeven dat je daarom ook geen antwoord zal geven op de vraag.
Spreek met je kind af dat als hij weer zo’n vraag heeft, dat hij die vraag even bewaart en dan pas stelt wanneer jullie alleen zijn.

Gesprekken over moeilijke onderwerpen
Niet alles is even gemakkelijk tijdens het avondeten te bespreken. Voor sommige gesprekken moet je echt even gaan zitten. En sommige gesprekken vergen wat voorbereiding. Gesprekken over de dood, over seksualiteit of over ruzie bijvoorbeeld. Als jij degene bent die dit gesprek wil gaan voeren, kan je de tijd nemen om het gesprek even voor te bereiden. Als je kind graag meer wilt weten over een moeilijk onderwerp, kan je ook aangeven dat je er even over na wilt denken en er later op terug zal komen.

Tips:
Bespreek met je partner wie het gesprek zal voeren. (Soms is het zelfs beter om een ‘buitenstaander’ het gesprek te laten voeren.)
Bedenk je van te voren wat je wilt vertellen en of er ook vragen zijn die je liever niet beantwoordt.
Kies een geschikt moment, bijvoorbeeld na het avondeten en een geschikte plek voor het gesprek. Een wandeling of een autorit zijn ook erg prettig, omdat je elkaar dan niet constant aan hoeft te kijken en er vaker stiltes vallen die niet perse ongemakkelijk hoeven te zijn.
Vertel je kind van te voren wanneer het gesprek plaats zal vinden.
Verwijder alle afleiding of zet ze uit, zoals telefoons en televisie.
Ook je kind heeft soms tijd nodig om zich op het gesprek voor te bereiden. Door bijvoorbeeld al wat folders op zijn kamer te leggen. (Bij gesprekken over seksualiteit bijvoorbeeld.) Krijgt je kind alvast de ruimte om zich voor te bereiden en vragen te bedenken.
Vertel je kind hoe jij erover denkt. Geef je kind ruimte om een eigen mening te vormen en laat die mening in zijn waarde, ook al is die niet hetzelfde als jouw mening.
Dwing je kind niet om antwoord te geven op ongemakkelijke vragen.

Taalontwikkeling Deel 2: Opdrachten geven en afspraken maken

Opdrachten geven aan je kind
Vaak is het geven van een opdracht aan je kind eenrichtingsverkeer. Jij als ouder vertelt wat het kind moet doen en verwacht vervolgens dat je kind het uitvoert. Sommige kinderen horen niet goed wat je hebt gezegd, snappen de opdracht niet, of kunnen alle onderdelen van de opdracht niet onthouden.

Praten met je kind (1)

Tips:
Zorg dat je de aandacht hebt van je kind.
Geef opdrachten die passen bij de leeftijd van je kind.
Laat je kind de opdracht herhalen.
Help je kind op gang.
Geef kaders aan je opdracht (wanneer moet het gebeuren en hoe).
Wanneer je kind vaak ongehoorzaam is, zorg er dan voor dat de consequentie voor ongehoorzaam zijn logisch is, je deze consequentie benoemt en je kind nog de kans geeft te gehoorzamen voordat je de consequentie uitvoert.
Als je een reden geeft waarom iets moet, zorg dat deze reden eerlijk is.

De laatste tip is voor ouders die soms een reden geven die niet eerlijk is.

Zoals: ‘Je moet voor 19.00 uur binnen zijn, want daarna komen de kinderlokkers.’ Of: ‘Je moet wel groenten eten anders vallen je tanden uit.’

Vaak zijn dit redenen die niet alleen onwaar zijn, maar ook nog bedoeld zijn om het kind bang te maken. Dreigen met de straf van Sinterklaas, van God of van de juffrouw op school zijn hier variaties op. Je kind gaat op deze manier gehoorzamen uit angst en niet uit het respect voor jou of voor de regel die je stelt. Daarbij schuif je de verantwoordelijkheid af naar een ander persoon. Zodra je kind erachter komt dat er buiten helemaal geen kinderlokkers lopen na 19.00 uur, daalt je geloofwaardigheid. Je kind trekt vervolgens jouw woorden vaker in twijfel. Daarbij werkt dreigen met angst of het geven van oneerlijke redenen vaak in de hand dat je kind dingen stiekem gaat doen. Ze hebben geen respect voor de regel gekregen, alleen angst voor de consequentie. Het vertrouwen in jou als ouder en je geloofwaardigheid daalt, daarbij wordt het kind sneller opstandig of gaat liegen.

Afspraken maken
Afspraken over klusjes in huis, over gedragsregels of beslissingen in het gezin. Over sommige afspraken heb je liever geen discussie. Dan noemen we het een opdracht. Maar er zijn ook afspraken waarbij de inbreng van het kind wel mogelijk is. Het voordeel van het betrekken van een kind bij het maken van afspraken, is dat je kind meer respect zal hebben voor de afspraken en ze beter na zal komen. Vooral bij pubers werkt dit goed. Er is minder aanleiding tot strijd over een afspraak. Ook als ze zelf inspraak hebben over de straf of beloning, zullen zij minder protesteren wanneer zij straf krijgen voor het niet nakomen van een afspraak.

Bedenk van te voren goed welke kaders je wilt stellen over afspraken, waar is geen discussie over mogelijk en welke keuzemogelijkheden ga je jouw kind geven.

Voorbeeld: Je kader is dat er klusjes gedaan moeten worden in het huis en wilt dat je kind iedere dag meehelpt. Hier kan geen discussie over plaatsvinden. Je geeft je kind vervolgens wel een keuze. Je vertelt hem(of laat hem nadenken over) alle taken die gedaan moeten worden en laat je kind er één per dag kiezen. Samen schrijven jullie deze taken op een weekplanner. Bedenk eventueel samen met je kind een redelijke straf wanneer hij zijn afspraken niet nakomt. Zorg dat je een straf bedenkt waar jullie het allebei mee eens zijn. Als er een straf is, kan er ook een beloning zijn. Deze hoeft niet groot te zijn en kan na een tijdje verdwijnen als de klusjes routine zijn geworden. Geef je kind kaders voor de beloning en laat hem zelf iets kiezen.

Het is hierbij heel belangrijk dat je de afspraken die je maakt helder houdt. Je kan ze bijvoorbeeld op papier zetten. Voor kleinere kinderen kan je gebruik maken van pictogrammen en stickers. Nog belangrijker is het dat ook jij als ouder je aan je afspraken houdt. Je mag hier heel zakelijk over zijn. Laat je niet verleiden tot een discussie. Afspraak is afspraak . Als je de afspraken op papier hebt gezet, kan je hier ook naar verwijzen.

Tips:
Bedenk de kaders van de afspraak die je met je kind wilt maken.
Bedenk welke keuze mogelijkheden je aan je kind wilt geven.
Bedenk welke eigen inbreng je kind mag hebben.
Zorg dat de afspraken helder en inzichtelijk zijn.
Zorg dat ook de consequenties afgesproken zijn. Deze consequenties moeten logisch zijn.
Blijf bij wat je hebt afgesproken.

Moeite met afscheid nemen

Thuis lijkt er soms niets aan de hand.
“We gaan zo naar school.”
“Ja,” knikt je kind en je haalt opgelucht adem.
Maar zodra de school in zicht komt is het drama.
“Ik wil niehiehiet. Ik wil bij jou blijven!”

Huilend op het schoolplein

Afbeelding: Pixabay – Denise Perrier

Verlatingsangst
Het kan zijn dat je kind last heeft van verlatingsangst. Dat komt in de peuter- en kleuterleeftijd heel regelmatig voor. Een meestal wil dit zeggen dat je kindje goed aan jou is gehecht. Dat is mooi! Maar je kindje zal ook moeten leren zonder jou de dag door te komen. Heb begrip voor de angst en het verdriet, maar blijf toch standvastig.

Aanstelleritus
Misschien heeft je kind erg veel last van aanstelleritus. Maar hoe kom je er nou achter of je kind echt heel veel verdriet heeft, of dat hij een spelletje met je speelt? Kinderen die een spelletje met je spelen doen dat meestal om dat eerdere pogingen hebben geleid tot resultaat. “Dit is echt de laatste keer dat ik je een knuffel geef….. Okay nog eentje dan.”
En deze kinderen zijn je vaak al weer vergeten, zodra jij uit het oog bent.

Doe wat je zegt
In alle gevallen; doe wat je zegt.
Ga weg als je zegt dat je weggaat en die laatste knuffel is ook echt de laatste knuffel.
Vertel al voor je met je kind op school bent hoe het afscheid zal verlopen.
Wanneer je kind angstig of intens verdrietig is, is het heel erg moeilijk om je aan je woord te houden. Maar ook dan is het voor het kind het beste als je doet wat je hebt gezegd. Dit geeft voorspelbaarheid en dat geeft rust, waardoor het kind sneller en makkelijker het afscheid zal accepteren.

Fijn afscheid nemen
Fijn afscheid nemen is misschien moeilijk voor te stellen als je iedere ochtend zo’n drama is. Maar het komt goed, zodra het vertrouwen er is dat jij echt wel weer terug komt aan het eind van de dag.
– Spreek met de juf of meester af dat hij of zij wat extra aandacht aan jouw kind geeft tijdens het afscheid nemen. Bij hele verdrietige kinderen is het fijn als de juf jouw kind even bij zich neemt en troost.
– Vertel onderweg naar school al aan je kind hoe het afscheid zal verlopen.
– Ga niet te vroeg, maar ook zeker niet te laat naar school. Het is fijn als er ook andere ouders afscheid aan het nemen zijn, zodra jij dat gaat doen. En het is helemaal niet fijn als je je moet haasten.
– Mag je in de klas afscheid nemen? Spreek dan af dat je samen nog één puzzeltje maakt of spreek een andere korte activiteit af die je samen kan doen. Neem daarna afscheid.
– Neem je afscheid bij de poort of bij de deur van de klas, spreek dan af hoeveel knuffels en kusjes jullie elkaar geven.
– Draag het kind over aan de juf en vertrek. Blijf niet nog met andere moeders staan kletsen in het oog van het kind.
– Is het gebruikelijk nog even te zwaaien bij het raam. Doe dit dan even en zorg ervoor dat je kind jou heeft gezien. Is je kind erg verdrietig bij het afscheid, sla deze stap dan over, maar zeg wel tegen je kind dat je meteen weg bent.
– Als je je kind ophaalt kom dan niet terug op het verdriet van die ochtend. Praat over alle leuke dingen die het kind heeft gedaan op school.

Stiekem weggaan
Ik raad het af om stiekem weg te gaan. Je kind kan daardoor in paniek raken als hij jou niet meer ziet. De kans bestaat dat hij die paniek gaat herinneren elke keer als hij naar school wordt gebracht en het drama daardoor alleen maar groter wordt. De kans bestaat dan ook dat je kind een hardnekkigere vorm van verlatingsangst gaat ontwikkelen.

Belonen
Als je graag met een beloningssysteem werkt, is het aan te raden het kind door de juf te laten belonen. Of op het moment dat jij nog net niet weg bent gegaan. Als je er namelijk ’s middags pas op terugkomt, zit daar voor een peuter of kleuter te veel tijd tussen. Je zou kunnen belonen met stickers op een kaart.

Heb jij zelf nog tips over afscheid nemen die je graag met anderen wilt delen? Laat dan gerust een reactie achter. 

Weer naar school

Valse start:
Misschien heb je net als ik een valse start gemaakt. Vandaag zat ik snotterend op de bank in plaats van op mijn werk. Maar ook als jouw kinderen deze week al naar school zijn gegaan kunnen deze tips toch nog van pas komen.

weer naar school

Praktische voorbereiding:
Lekker uit kunnen slapen tijdens de vakantie? Dat houdt ineens op wanneer de kinderen weer naar school gaan. Probeer alvast in het ritme te komen door iedere dag een beetje eerder op te staan en ’s avonds iets eerder naar bed te gaan.
Passen de gymkleren nog? En zijn de broodtrommel en drinkbeker nog in orde? Zorg dat de schooltas van je kind compleet is en alle kleding nog past voor dat de schoolweek begint.
Nieuwe school? Loop of fiets dan van te voren met je kind alvast de route.
Doe alvast de boodschappen voor een hele week, denk daarbij ook aan de lunch en fruithapjes voor je kind. En maak het jezelf niet te moeilijk. De eerste schoolweek kan vermoeiend zijn zowel voor jou als voor je kind. Makkelijke gezonde maaltijden staan snel op tafel en kosten je niet te veel energie. In de Hallo Jumbo van deze maand staan leuke tips.
Leg ’s avonds alvast de kleding klaar die jij en je kind de volgende dag aan gaan doen. Doe dit niet alleen voor je kind maar ook voor jezelf, dit scheelt een hoop tijd. Laat je kind meehelpen met kiezen, dat voorkomt ruzie in de ochtend.
Pak ook ’s avonds vast de schooltas van je kind in, of laat je kind dit zelf doen. Als dit een gewenning wordt scheelt dit zoektochten naar die verdwenen gymschoen of dat wiskundeboek in de ochtend.
Sta een kwartiertje eerder op dan je normaal zou doen. Dat scheelt stress.

Emotionele voorbereiding:
Een nieuw schooljaar kan verschrikkelijk spannend zijn. Misschien gaat je kind dit schooljaar zelfs voor het eerst naar de basisschool of de middelbare school. Of is je kind misschien blijven zitten en krijgt hij nieuwe klasgenoten. Praat hierover met je kind, maar maak het niet te zwaar. Leg de nadruk op alle leuke dingen van het komende jaar en stel je kind gerust.
Voor kleine kinderen is het goed om in de laatste week van de zomervakantie al even naar het schoolgebouw te zijn gelopen of gefietst. Je geeft je kind op deze manier een paar dagen de tijd om aan het idee te wennen dat hij weer naar school moet. Je kan daarbij vragen stellen: “Weet je nog hoe je juf/meester heet?” “Wat vindt je het leukste op school?” “Welke kinderen zitten er bij jou in de klas?”

Rustmomenten:
De eerste schoolweken zijn vaak erg vermoeiend. Je kind en jij moeten wennen aan het ritme, krijgen ineens weer veel te doen en een hoop indrukken te verwerken. Plan daarom niet meteen alle middagen vol en hou het eerste weekend nog rustig. Dan kan je er ook de tweede week vol tegenaan.

1 2 3