Toen ik nog een klein Margrietje was, vierde ik het liefste mijn verjaardag gewoon thuis. Met een paar vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt en van school. Mijn moeder zorgde voor het programma. Dat deed ze altijd met succes, want sommige vriendinnetjes vonden feestjes bij ons leuker dan de uitjes naar het zwembad of de bioscoop zoals bij veel klasgenootjes gebeurde.

Verjaardag 2

Taart en cadeautjes
De meeste verjaardagsfeestjes beginnen met taart en cadeautjes. Er worden wat liedjes gezongen, de jarige blaast de kaarsjes uit en dan wordt de taart verdeeld. Daarna mag de jarige cadeautjes uitpakken. Met dit hele gebeuren ben je al snel 30 minuten verder als het niet meer is. Wil je hier langer over doen, kan je ook de taart met de kinderen zelf versieren, of in plaats daarvan cupcakes, eierkoeken of wafels versieren. Je kan hiervoor vers fruit, smarties, hagelslag, jam, slagroom of fondant gebruiken bijvoorbeeld.

Ouderwetse spelletjes
Je kan gemakkelijk de hele middag een groep kinderen vermaken met ouderwetse spelletjes. Als je ongeveer 15 minuten per spelletje rekent voor een groep van 6 kinderen heb je al snel een middag vol. Zeker als je de kinderen steeds in groepjes van twee het spelletje laat spelen en de andere kinderen laat aanmoedigen. Als iedereen aan de beurt moet komen, duurt het ongeveer 5 minuten per ronde van twee spelers.
Spijkerpoepen: de kinderen krijgen een koord om hun middel, aan het koord hangt vanaf hun rug een touwtje met een spijker. Zonder hun handen te gebruiken moeten ze proberen de spijker in een lege fles te krijgen. Wie het eerst de spijker in de flessenhals weet te krijgen wint.
Koekhappen: de kinderen krijgen een blinddoek om. Aan een lijn hangen plakken ontbijtkoek of cake. Met hun handen op hun rug happen ze naar de koek. Wie de koek het eerst weet te vangen met hun mond heeft gewonnen.
Snoep- of appelhappen: In een teiltje met water zitten voorverpakte snoepjes of appels. De kinderen happen met de handen op de rug naar het snoep of de appel. Als je twee teiltjes hebt, kan je een wedstrijdje doen.
Ezeltje prik: Hiervoor heb je een prikbord nodig. Op dit prikbord maak je een afbeelding van een ezel vast. Het kind dat aan de beurt is, krijgt een blinddoek om en wordt een paar keer rond gedraaid. Daarna moet hij of zij proberen een staart van karton, papier of touw met een punaise op de juiste plek op de afbeelding van de ezel te prikken.
Blikken gooien: Spaar 10 evengrote lege conservenblikken. Stapel de blikken op een tafel en zorg dat er achter de blikken niets kapot te gooien valt. Je kan dit natuurlijk ook buiten doen of in de schuur. De kinderen gooien om de beurt met een zachte kleine bal, liefst een die niet kan stuiteren, drie keer naar de piramide van blikken. Het kind dat in drie worpen de meeste blikken omgooit, wint.
Zakdoekje leggen: De kinderen zitten in een kring op de grond met de ogen dicht. Een van de kinderen loopt met een zakdoek rondom de kring. Alle kinderen zingen: “Zakdoekje leggen, niemand zeggen, kukeleku zo kraait de haan, twee paar schoenen heb ik aangedaan. Eén van stof en één van leer, hier leg ik mijn zakdoekje neer. Kijk voor je, kijk achter je, wie hem heeft die moet hem vangen.” Bij deze laatste regels moet het kind dat rondom de groep loopt het zakdoekje achter een van de kinderen in de kring leggen. De kinderen in de kring doen hun ogen open en kijken achter zich. Het kind met het zakdoekje achter zich staat snel op en probeert de zakdoeklegger te tikken voordat hij op de lege plek in de kring kan gaan zitten.
Stoelendans: In het midden van de kamer staat een groepje stoelen. Steeds één stoel minder dan dat er kinderen zijn. De kinderen dansen op muziek om de stoelen heen. Let op, ze mogen de stoelen niet aanraken als de muziek speelt. Plotseling stopt de muziek, de kinderen gaan zo snel mogelijk zitten. Het kind dat te laat is, is af. Er wordt een stoel weggenomen en dan wordt er nog een keer gespeeld. Dit herhaalt zich tot er nog maar één stoel staat en er twee kinderen omheen dansen. Degene die de laatste stoel weet te bemachtigen als de muziek stopt, wint.

Spelletjes voor buiten
Als het weer goed is, zijn er ook tal van spelletjes buiten te bedenken. Met de meeste spelletjes voor buiten kan je gemakkelijk 20 minuten of meer per spel bezig zijn.
Verstoppertje: Spreek goed af hoever de kinderen van het huis af mogen om te verstoppen. Dit werkt ook goed in een parkje. Een kind telt met de ogen dicht tot 50 of 100. De andere kinderen gaan zich verstoppen. Daarna gaat het kind dat geteld heeft de andere kinderen zoeken.
Tikkertje: Bij de meest simpele versie is er één tikker en rent de rest weg en probeert aan de tikker te ontsnappen. Ben je getikt dan ben je af. Varianten hierop zijn bijvoorbeeld: slingertikkertje, tikkertje met verlos of tikkertje met een geheime verlosser.
Overlopertje: Dit is eigenlijk ook een variant op tikkertje. De tikker staat in het midden en de andere kinderen staan in een rij. Ze moeten proberen naar de overkant te komen zonder getikt te worden. Varianten hierop zijn: schipper mag ik overvaren, kleurentikkertje of lekker- en viesland.
Annemaria-koekoek: Een kind staat met het gezicht naar de muur, de andere kinderen staan tien meter achter hem of haar. Het kind bij de muur zegt langzaam: “Annemaria-koekoek.” En draait zich dan snel om. De andere kinderen proberen zo snel mogelijk naar de muur te komen, maar het kind bij de muur mag hen niet zien bewegen. Dus staan zij zo stil mogelijk als het kind bij de muur zich heeft omgedraaid. Ziet het kind bij de muur nog iemand bewegen, dan is diegene af. Als niemand beweegt draait het kind zich weer naar de muur en herhaalt het spelletje zich.
Touwtje springen met een lang touw: De kinderen zingen liedjes, terwijl één of twee kinderen over het touw springen dat rond wordt gedraaid.
Buurtbingo: Verdeel de kinderen in groepjes. Ieder groepje krijgt een bingokaart met cijfers erop mee. Let erop dat ieder groepje andere cijfers heeft. Van te voren heb je met krijt de cijfers in de buurt op de stoep geschreven. De groepjes gaan zoeken en vinken op hun kaart de cijfers aan die ze vinden. Het groepje dat het eerste alle cijfers van zijn kaart heeft gevonden heeft gewonnen.
Fotospeurtocht: Maak van te voren een aantal foto’s van plekken in de wijk en bedenk vragen over die plek, waarbij het antwoord niet al op de foto te zien is. De kinderen gaan opzoek naar de plekken waar de foto’s zijn gemaakt en beantwoorden de vragen. Soms is het raadzaam een volwassene mee te sturen per groepje.
Hutten bouwen: Heb je genoeg ruimte in je tuin of vier je het feestje in het park of bos, dan is dit een leuke activiteit. Neem doeken mee, wasknijpers en touw en laat de kinderen zelf in het bos of park materiaal zoeken om hun hut verder mee te bouwen.

Andere activiteiten:
Knutselen: Altijd leuk en hoeft niet duur te zijn. Met wat gekleurd papier, wc-rolletjes, lege doosjes e.d. zijn kinderen al snel een tijdje zoet.
Chipsketting rijgen: Rijg nibbits ringen aan een dropveter voor een mooie chipsketting.
Schminken: Als je een beetje kan schminken is dit altijd een groot succes. Let er dan wel op dat er voor de kinderen die niet aan de beurt zijn iets anders te doen is, en er iemand extra in huis is die de kinderen in de gaten kan houden als jij aan het schminken bent.
Fruitspiesjes maken: Laat de kinderen fruit in stukjes snijden en op een satéprikker prikken. Daarna lekker samen opeten.
Quiz: Maak van te voren een quiz met vragen en opdrachtjes. Verdeel de groep in twee teams en speel zelf de quizmaster.
Verkleden: De meeste kinderen vinden het heel leuk om te verkleden. Je kan daarna een modeshow doen, of de kinderen kleine toneelstukjes laten bedenken.

Er zijn natuurlijk nog veel meer leuke dingen te verzinnen voor een verjaardagsfeestje bij je thuis. Misschien weet jij nog een leuke activiteit die niet moet ontbreken? 

3 Comments on Ouderwets verjaardagsfeestje

  1. De meeste dingen heb je wel genoemd. Ik houd van dit soort feestjes!

  2. Lilian zegt:

    Leuk! Wij hebben net zo’n soort feestje gehad. Eerst gingen we piepschuimen dieren verven en daarna spelletjes. Inderdaad spijkerpoepen, mummiesmaken (elkaar met wc-papier omrollen), standbeeld (als de muziek stopt moet je stilstaan) en ballonnentrappen (iedereen heeft een ballon om zijn voet en moet de anderen hun ballon stuktrappen). En als de kids hadden gewonnen dan mochten ze iets uit de grabbelton halen (en uiteraard ‘won’ iedereen wel wat ;-))

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge